<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Parasieten - Paard en Mestonderzoek</title>
	<atom:link href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/category/parasieten/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>https://subdomein.paardenmestonderzoek.com</link>
	<description>Voorkom resistentie bij je Paard!</description>
	<lastBuildDate>Fri, 21 Feb 2025 09:54:15 +0000</lastBuildDate>
	<language>nl-NL</language>
	<sy:updatePeriod>
	hourly	</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>
	1	</sy:updateFrequency>
	<generator>https://wordpress.org/?v=6.8.2</generator>

<image>
	<url>https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2025/02/cropped-Logo-Paardenmestonderzoek-alleen-hoofd-32x32.png</url>
	<title>Parasieten - Paard en Mestonderzoek</title>
	<link>https://subdomein.paardenmestonderzoek.com</link>
	<width>32</width>
	<height>32</height>
</image> 
	<item>
		<title>Welke wormmiddelen werken tegen welke wormen?</title>
		<link>https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/parasieten/welke-wormmiddelen-werken-tegen-welke-wormen/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=welke-wormmiddelen-werken-tegen-welke-wormen</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Merle Slagers]]></dc:creator>
		<pubDate>Wed, 28 Jul 2021 07:28:06 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[De uitslag]]></category>
		<category><![CDATA[Laatste nieuws]]></category>
		<category><![CDATA[Mestonderzoek]]></category>
		<category><![CDATA[Nieuws]]></category>
		<category><![CDATA[Parasieten]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/?p=1986</guid>

					<description><![CDATA[<p>Ieder jaar weer zijn er berichten over veulens die op de operatietafel terechtkomen na een zware koliekaanval. In veel gevallen haalt het veulen het niet. Uit nader onderzoek blijkt dan heel vaak dat het gaat om koliek die veroorzaakt wordt door een (hele zware) spoelworminfectie. En helaas klinkt dan heel vaak de opmerking van de [&#8230;]</p>
<p>The post <a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/parasieten/welke-wormmiddelen-werken-tegen-welke-wormen/">Welke wormmiddelen werken tegen welke wormen?</a> first appeared on <a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com">Paard en Mestonderzoek</a>.</p>]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p><img fetchpriority="high" decoding="async" class="alignright wp-image-1991 size-medium" src="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/07/veulen_spoelworm_4-300x201.jpg" alt="" width="300" height="201" srcset="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/07/veulen_spoelworm_4-300x201.jpg 300w, https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/07/veulen_spoelworm_4-1024x684.jpg 1024w, https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/07/veulen_spoelworm_4-768x513.jpg 768w, https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/07/veulen_spoelworm_4-600x401.jpg 600w, https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/07/veulen_spoelworm_4.jpg 1122w" sizes="(max-width: 300px) 100vw, 300px" />Ieder jaar weer zijn er berichten over veulens die op de operatietafel terechtkomen na een zware koliekaanval. In veel gevallen haalt het veulen het niet. Uit nader onderzoek blijkt dan heel vaak dat het gaat om koliek die veroorzaakt wordt door een (hele zware) spoelworminfectie. En helaas klinkt dan heel vaak de opmerking van de eigenaar; &#8220;maar het veulen is recent nog ontwormd.&#8221; Uit navraag blijkt dan helaas regelmatig dat het veulen inderdaad ontwormd was, maar met een middel dat niet (voldoende) effectief is tegen spoelworm. Het schrijnendste aan dit soort verhalen is natuurlijk dat de gedachte opkomt dat de problemen voorkomen hadden kunnen worden als het veulen met het juiste middel ontwormd was. En dat is geen hele rare gedachte.</p>
<p>Zo zijn er tal van voorbeelden waarbij paarden een worminfectie hebben, maar niet het juiste middel krijgen toegediend. Dat kan komen omdat er bijvoorbeeld geen mestonderzoek is gedaan en er dus helemaal niet bekend is van welke parasiet het paard last heeft, of omdat er onterecht gedacht wordt dat een middel wel werkzaam is tegen de betreffende parasiet, of dat er wormkuren zijn die overal tegen werken.</p>
<p><strong>Er zijn geen wormmiddelen die werkzaam zijn tegen alle voorkomende wormen bij paarden</strong><br />
Hierboven stipten wij het al even aan; er wordt soms onterecht gedacht dat er wormkuren zouden zijn die werkzaam zijn tegen alle wormen bij paarden. In de praktijk is dat echter niet zo. Er is veel resistentie bekend, waardoor wormmiddelen die eerst wel werkten tegen bepaalde wormen, nu niet meer effectief zijn, of slechts zeer beperkt. Dat kan zelfs regionaal verschillen. Dat is meteen ook een van de belangrijkste redenen waarom wij bij HippoSupport het zo belangrijk vinden dat de eigen dierenarts betrokken is bij het wormmanagement van paarden. Die kent namelijk de specifieke regionale stand van zaken over welke wormmiddelen (nog) wel werken bij sommige wormen.</p>
<p><strong>Welke wormmiddelen werken dan (nog) wel tegen welke wormen?</strong><br />
Bij Paard &amp; Mestonderzoek vinden wij het belangrijk dat de paardeneigenaar en de eigen dierenarts goed inhoudelijk van gedachten kunnen wisselen over het wormmanagement van het paard, om zo te komen tot de beste aanpak in de strijd tegen parasieten; welk wormmiddel is het meest geschikt op basis van de aangetoonde infectie, de historie van het paard en de betreffende omstandigheden. En zoals gezegd; niet ieder middel is (voldoende) effectief tegen iedere worm. In het onderstaande overzicht is weergegeven in welke mate de verschillende wormmiddelen werkzaam zijn tegen de verschillende parasieten. Het is belangrijk om hierbij in het achterhoofd te houden dat dit kan veranderen in de tijd als er meer resistentie ontstaat.</p>
<p>In het overzicht zijn bovenaan de verschillende werkzame stoffen opgenomen, met daaronder enkele (van de meest voorkomende) merknamen. Let op; de lijst met merknamen is niet uitputtend). Om het onderstaande overzicht in het juiste perspectief te zetten; dit overzicht mag absoluut niet gezien worden als een wormbestrijdingsadvies van Paard &amp; Mestonderzoek, maar is simpelweg een weergave van de op dit moment bekende werkzaamheid van de verschillende wormmiddelen tegen de verschillende parasieten. De bron voor deze informatie is <a href="http://www.parasietenwijzer.nl">www.parasietenwijzer.nl</a>. In Nederland is het bij wet zo geregeld dat alleen dierenartsen die minimaal 1 keer per jaar een paard (en de locatie waar het gehouden wordt) zien, een wormbestrijdingsadvies en een wormkuur mogen verstrekken. Ga daarom altijd naar je eigen dierenarts.</p>
<h6><img decoding="async" class="alignnone wp-image-4560 size-full" src="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/07/Wommiddelen.jpg" alt="" width="880" height="367" srcset="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/07/Wommiddelen.jpg 880w, https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/07/Wommiddelen-300x125.jpg 300w, https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/07/Wommiddelen-768x320.jpg 768w, https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/07/Wommiddelen-600x250.jpg 600w" sizes="(max-width: 880px) 100vw, 880px" /><br />
(Bron: M.A. Taylor, R.L. Coop, R.L. Wall (2007), Veterinary Parasitology, Parasietenwijzer.nl</h6>
<p>*1 Equest mag niet toegediend worden aan veulens jonger dan 4 maanden<br />
*2 Equest Pramox mag niet toegediend worden aan veulens jonger dan 6 1/2 maand<br />
*3 Voor een hoge effectiviteit tegen larvale stadia (slijmvlies of migrerend) wordt wel aangeraden om 5 dagen achtereen te behandelen.</p>
<table width="252">
<tbody>
<tr>
<td width="64">&#8211;</td>
<td width="64">=</td>
<td width="124">niet werkzaam</td>
</tr>
<tr>
<td>+/-</td>
<td>=</td>
<td>beperkt werkzaam</td>
</tr>
<tr>
<td>+</td>
<td>=</td>
<td>goed werkzaam</td>
</tr>
</tbody>
</table>
<p><strong>METEN = WETEN, controleer de effectiviteit van de kuur</strong><br />
Om schijnzekerheid te voorkomen, raden wij altijd aan om een controle te doen op de effectiviteit van de wormkuur. Dit kan door middel van de zogeheten Fecal Egg Count Reduction Test (FECRT). Uitgangspunt is hierbij de wormeitelling vóór het toedienen van de wormkuur en vervolgens wordt er 2 weken na het toedienen van de wormkuur opnieuw mestonderzoek gedaan. De EPG dient met minimaal 95% te zijn afgenomen om te kunnen spreken van een kuur die voldoende effectief is geweest.</p><p>The post <a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/parasieten/welke-wormmiddelen-werken-tegen-welke-wormen/">Welke wormmiddelen werken tegen welke wormen?</a> first appeared on <a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com">Paard en Mestonderzoek</a>.</p>]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Wie, wat, waar en waarom van parasieten bij paarden met Joanne Neidhöfer</title>
		<link>https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/parasieten/wie-wat-waar-en-waarom-van-parasieten-bij-paarden-met-joanne-neidhofer/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=wie-wat-waar-en-waarom-van-parasieten-bij-paarden-met-joanne-neidhofer</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Merle Slagers]]></dc:creator>
		<pubDate>Sat, 05 Jun 2021 08:57:55 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Parasieten]]></category>
		<category><![CDATA[aarsworm]]></category>
		<category><![CDATA[bloedworm]]></category>
		<category><![CDATA[horzellarve]]></category>
		<category><![CDATA[leverbot]]></category>
		<category><![CDATA[lintworm]]></category>
		<category><![CDATA[locatie]]></category>
		<category><![CDATA[longworm]]></category>
		<category><![CDATA[paard]]></category>
		<category><![CDATA[parasieten]]></category>
		<category><![CDATA[spoelworm]]></category>
		<category><![CDATA[veulenworm]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/?p=715</guid>

					<description><![CDATA[<p>Hoe zat het ook al weer met parasieten? Welke zijn er, hoe ziet hun levenscyclus er eigenlijk uit? Wat is de meest voorkomende parasiet bij paarden? Joanne Neidhöfer legt het allemaal uit in deze &#8220;Wie, wat, waar en waarom&#8221;. &#160;</p>
<p>The post <a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/parasieten/wie-wat-waar-en-waarom-van-parasieten-bij-paarden-met-joanne-neidhofer/">Wie, wat, waar en waarom van parasieten bij paarden met Joanne Neidhöfer</a> first appeared on <a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com">Paard en Mestonderzoek</a>.</p>]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Hoe zat het ook al weer met parasieten? Welke zijn er, hoe ziet hun levenscyclus er eigenlijk uit? Wat is de meest voorkomende parasiet bij paarden?</p>
<p>Joanne Neidhöfer legt het allemaal uit in deze &#8220;Wie, wat, waar en waarom&#8221;.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><iframe src="https://www.youtube.com/embed/o9yYPbeKuv4" width="560" height="315" frameborder="0" allowfullscreen="allowfullscreen" data-mce-fragment="1"></iframe></p><p>The post <a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/parasieten/wie-wat-waar-en-waarom-van-parasieten-bij-paarden-met-joanne-neidhofer/">Wie, wat, waar en waarom van parasieten bij paarden met Joanne Neidhöfer</a> first appeared on <a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com">Paard en Mestonderzoek</a>.</p>]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Veulenworm</title>
		<link>https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/parasieten/621/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=621</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Merle Slagers]]></dc:creator>
		<pubDate>Fri, 04 Jun 2021 13:12:11 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Parasieten]]></category>
		<category><![CDATA[geboorte]]></category>
		<category><![CDATA[moedermelk]]></category>
		<category><![CDATA[veulen]]></category>
		<category><![CDATA[veulenworm]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/?p=621</guid>

					<description><![CDATA[<p>Zoals de naam al doet vermoeden, zorgen veulenwormen (strongyloides westeri) hoofdzakelijk bij jonge veulens voor problemen. In tegenstelling tot andere wormsoorten, wordt de veulenworminfectie niet overgedragen door het grazen, maar krijgt het veulen de infectie in eerste instantie binnen via de moeder. De merrie heeft geen last van de wormen, die zich voor een belangrijk [&#8230;]</p>
<p>The post <a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/parasieten/621/">Veulenworm</a> first appeared on <a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com">Paard en Mestonderzoek</a>.</p>]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Zoals de naam al doet vermoeden, zorgen veulenwormen (strongyloides westeri) hoofdzakelijk bij jonge veulens voor problemen. In tegenstelling tot andere wormsoorten, wordt de veulenworminfectie niet overgedragen door het grazen, maar krijgt het veulen de infectie in eerste instantie binnen via de moeder. De merrie heeft geen last van de wormen, die zich voor een belangrijk deel nestelen in het weefsel van de buikwand en daar in ruste gaan. Aan het einde van de dracht, zo rond de geboorte van het veulen worden deze wormen (die overigens allemaal vrouwtjesworm zijn) actief en leggen eitjes met daarin al larven. Dit is goed zichtbaar op het plaatje hieronder. De larven die hier uit komen trekken naar de melkklieren en op die manier krijgt het veulen de eerste veulenworminfectie binnen. In het veulen kunnen deze larven al na 10 dagen eitjes produceren. De larven die uit deze eitjes komen, kunnen door de huid van het veulen binnendringen en daarmee het veulen opnieuw infecteren.</p>
<p><strong><span class="favth-label-primary">Ziektebeeld bij paarden</span></strong><br />
Het ziektebeeld dat wordt gezien bij een veulenworminfectie kan uiteenlopen van gewichtsverlies, diarree, sufheid en verminderder eetlust, tot minder vaak voorkomende koorts, luchtwegproblemen en huidproblemen (lokale huidonstekingen). Ernstige problemen komen gelukkig niet zo vaak voor. Tegen veulenworm ontwikkelen veulens over het algemeen snel een goede immuniteit. Mede daardoor worden veulenworminfecties doorgaans ook niet meer gezien bij veulens die ouder zijn dan enkele maanden.</p>
<p><span class="favth-label-primary"><strong>Veulenworm en mestonderzoek</strong><br />
</span><img decoding="async" class="alignnone  wp-image-1776" src="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/06/Veulenwormei.png" alt="" width="90" height="89" srcset="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/06/Veulenwormei.png 121w, https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/06/Veulenwormei-100x100.png 100w" sizes="(max-width: 90px) 100vw, 90px" />Veulenworm kan goed en op betrouwbare wijze worden aangetoond met mestonderzoek (<a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/mestonderzoek/wat-is-mestonderzoek/">McMaster Methode</a>). Mestonderzoek heeft zin zodra het veulen 10 dagen oud is, omdat het ongeveer 10 dagen duurt vanaf het moment van de eerste infectie (via de moedermelk) tot de veulenworm eitjes gaat leggen.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><strong><span class="favth-label-primary">Preventieve maatregelen</span></strong><br />
Om (ernstige) veulenworminfecties zoveel mogelijk te bestrijden, zijn er enkele preventieve maatregelen die getroffen kunnen worden;</p>
<ul class="favth-list-circle">
<li>Zorg dat de kraamstal goed gedesinfecteerd is voordat de merrie er gaat bevallen</li>
<li>Houd de kraamstal goed schoon door dagelijks alle mest en natte plekken te verwijderen</li>
<li>Zorg voor ruim voldoende schone bodembedekking</li>
</ul><p>The post <a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/parasieten/621/">Veulenworm</a> first appeared on <a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com">Paard en Mestonderzoek</a>.</p>]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Spoelworm</title>
		<link>https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/parasieten/spoelworm/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=spoelworm</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Merle Slagers]]></dc:creator>
		<pubDate>Fri, 04 Jun 2021 13:10:29 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Parasieten]]></category>
		<category><![CDATA[jonge dieren]]></category>
		<category><![CDATA[schadelijk]]></category>
		<category><![CDATA[spoelworm]]></category>
		<category><![CDATA[verminderde weerstand]]></category>
		<category><![CDATA[veulen]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/?p=618</guid>

					<description><![CDATA[<p>Spoelwormen (parascaris equorum) bij paarden hebben een aantal kenmerken die er voor zorgen dat deze parasieten een gevaarlijke bedreiging kunnen vormen voor paarden; Spoelwormen zijn zeer vruchtbaar ( ze produceren tot wel 200.000 eitjes per dag) Spoelwormeitjes zijn zeer goed beschermd tegen weersinvloeden en zelfs chemische stoffen Spoelwormeitjes kunnen tot wel 10 jaar besmettelijk blijven [&#8230;]</p>
<p>The post <a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/parasieten/spoelworm/">Spoelworm</a> first appeared on <a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com">Paard en Mestonderzoek</a>.</p>]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<div id="fav-maincontent" class="favth-col-lg-9 favth-col-md-9 favth-col-sm-9 favth-col-xs-12">
<div class="item-page">
<p><img loading="lazy" decoding="async" class="alignnone  wp-image-1779" src="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/06/spoelworm2.png" alt="" width="100" height="100" srcset="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/06/spoelworm2.png 150w, https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/06/spoelworm2-100x100.png 100w" sizes="(max-width: 100px) 100vw, 100px" />Spoelwormen (parascaris equorum) bij paarden hebben een aantal kenmerken die er voor zorgen dat deze parasieten een gevaarlijke bedreiging kunnen vormen voor paarden;</p>
<ul class="favth-list-circle">
<li>Spoelwormen zijn zeer vruchtbaar ( ze produceren tot wel 200.000 eitjes per dag)</li>
<li>Spoelwormeitjes zijn zeer goed beschermd tegen weersinvloeden en zelfs chemische stoffen</li>
<li>Spoelwormeitjes kunnen tot wel 10 jaar besmettelijk blijven (en op het land blijven liggen)</li>
<li>Ook op stal kunnen spoelwormen voor (her)besmettingen zorgen</li>
<li>Ze zijn wit/gelig van kleur.</li>
</ul>
<p>Spoelwormen kunnen erg lang worden, tot wel 25/30cm voor de mannetjes en 40/50cm voor de vrouwtjes.</p>
<p><strong><span class="favth-label-primary">Levenscyclus van de spoelworm</span></strong></p>
<ul class="favth-list-circle">
<li>Paarden nemen tijdens het grazen eitjes van de spoelworm op</li>
<li>Deze eitjes kunnen larven bevatten in verschillende stadia (L1 tot L3)</li>
<li>De eitjes met L3 larven zijn besmettelijk voor het paard</li>
<li>Nadat het paard tijdens het grazen de eitjes met L3 larven heeft opgenomen, komen deze uit</li>
<li>De Larve trekt door het lichaam van het paard en komt via de lever in de longen terecht</li>
<li>In de longen ontwikkeld de larve zich tot L4 en komt in de luchtpijp terecht</li>
<li>Het paard hoest de L4 larve op en slikt deze door, waardoor hij in het spijsverteringskanaal terecht komt</li>
<li>De L4 larve ontwikkelt zich in de dunne darm tot volwassen worm en legt daar eitjes</li>
<li>De volwassen worm kan tot wel 2 jaar overleven in de darmen</li>
<li>De eitjes komen met de mest weer op het weiland terecht en ontwikkelen zich van eitjes met L1, tot L2 en L3 en worden weer opgenomen door het paard</li>
<li>De periode tussen het opnemen van een besmettelijk spoelwormei (L3) en de ontwikkeling tot ei-producerende volwassen spoelworm, duurt tussen de 10-16 weken (pre-patente periode)</li>
</ul>
<p><strong><span class="favth-label-primary">Ziektebeeld</span></strong><br />
<img loading="lazy" decoding="async" class="alignnone  wp-image-1780" src="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/06/veulen_spoelworm_2-300x201.jpg" alt="" width="228" height="153" srcset="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/06/veulen_spoelworm_2-300x201.jpg 300w, https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/06/veulen_spoelworm_2-1024x684.jpg 1024w, https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/06/veulen_spoelworm_2-768x513.jpg 768w, https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/06/veulen_spoelworm_2-600x401.jpg 600w, https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/06/veulen_spoelworm_2.jpg 1122w" sizes="(max-width: 228px) 100vw, 228px" />Spoelworminfecties worden het meeste gezien bij erg jonge paarden (veulen-jaarling). De larven die door de longen trekken, kunnen symptomen geven als longontsteking, hoesten, uitvloeiïng uit de neus, of versnelde ademhaling.</p>
<p>Ook kunnen meer algemene symptomen zichtbaar zijn, zoals verminderde eetlust, diarree of lusteloosheid. Volwassen wormen in de darmen kunnen symptomen veroorzaken als vermagering en lusteloosheid. In ernstige gevallen kan ook verstopping / koliek optreden. Ook na ontwormen bestaat het risico op verstopping / koliek, doordat de dode spoelwormen een verstopping in de darmen veroorzaken.</p>
<p><strong><span class="favth-label-primary">Spoelworm en mestonderzoek</span></strong><br />
Spoelwormeitjes kunnen op betrouwbare wijze worden vastgesteld met behulp van mestonderzoek (<a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/mestonderzoek/wat-is-mestonderzoek/">McMaster methode</a>). Het is wel goed om te realiseren dat wanneer zich symptomen voordoen als longontsteking, hoesten, uitvloeiïng uit de neus, of versnelde ademhaling, er bij het mestonderzoek zeer waarschijnlijk geen wormeitjes worden aangetroffen, omdat de symptomen zeer waarschijnlijk worden veroorzaakt door larven die zich nog niet hebben ontwikkeld tot ei-leggende wormen.</p>
<p><strong><span class="favth-label-primary">Preventieve maatregelen</span></strong><br />
Er kan vanuit worden gegaan dat een veulen de eerste besmetting op het weiland oploopt, als het in het voorjaar naar buiten gaat. Die besmetting is dan afkomstig van spoelwormeitjes die daar het vorige seizoen op de weide terecht zijn gekomen. Doordat het ongeveer 10 tot 16 weken duurt voordat de spoelworm zich in het veulen heeft ontwikkeld tot volwassen ei-leggende worm, kunnen er dus rond hoog-zomer eitjes in de mest aangetroffen worden. De eitjes die in deze periode weer op het land terecht komen, zullen in het volgende voorjaar waarschijnlijk pas weer besmettelijk zijn. Daarom is het aan te raden om ieder jaar de nieuwe veulens op een andere weide te zetten dan het jaar ervoor, om zo besmetting zoveel mogelijk te voorkomen. Van de spoelworm is ook bekend dat infectie via de stal plaats kan vinden. Goede stalhygiëne is daarom zeer belangrijk. Hieronder een overzicht met preventieve maatregelen. Klik er op voor meer informatie.</p>
<ul class="favth-list-circle">
<li><a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/preventie/weide-slepen/">Regelmatig de weide slepen</a></li>
<li><a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/preventie/632/">Regelmatig de weide bloten</a></li>
<li><a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/preventie/634/">Het weiland hooien</a></li>
<li><a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/preventie/mestruimen/">Mest uit het weiland halen</a></li>
<li><a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/preventie/mest-in-1-hoek-van-het-weiland/">Alle mest in 1 hoek van het land gooien</a></li>
<li><a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/preventie/mestbult-keren/">Mestbult keren</a></li>
<li><a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/preventie/regelmatig-verweiden/">Verweiden</a></li>
<li><a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/preventie/andere-grazers-op-de-weide/">Andere dieren laten grazen</a></li>
<li><a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/preventie/stal-regelmatig-leeghalen/">Stal regelmatig leeghalen</a></li>
<li><a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/preventie/stal-ontsmetten/">Stal regelmatig ontsmetten</a></li>
<li><a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/preventie/strookbegrazing/">Strookbegrazing</a></li>
<li><a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/preventie/natuurlijke-weerstand/">Eigen weerstand van het paard<br />
</a></li>
</ul>
</div>
</div><p>The post <a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/parasieten/spoelworm/">Spoelworm</a> first appeared on <a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com">Paard en Mestonderzoek</a>.</p>]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Longworm</title>
		<link>https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/parasieten/longworm/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=longworm</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Merle Slagers]]></dc:creator>
		<pubDate>Fri, 04 Jun 2021 13:04:46 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Parasieten]]></category>
		<category><![CDATA[aanvullend onderzoek]]></category>
		<category><![CDATA[ezels]]></category>
		<category><![CDATA[ongebruikelijk]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/?p=616</guid>

					<description><![CDATA[<p>Longwormen (dictyocaulus arnfieldi) komen bij paarden niet vaak voor in Nederland. Ezels zijn een natuurlijke gastheer van de longworm en bij ezels zorgen deze longwormen eigenlijk zelden voor ziekteverschijnselen. Paarden die besmet zijn met longwormen zullen hier wel ziek van worden. Paarden die samen worden gehouden met ezels kunnen via de ezels geïnfecteerd raken met [&#8230;]</p>
<p>The post <a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/parasieten/longworm/">Longworm</a> first appeared on <a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com">Paard en Mestonderzoek</a>.</p>]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<div id="fav-maincontent" class="favth-col-lg-9 favth-col-md-9 favth-col-sm-9 favth-col-xs-12">
<div class="item-page">
<div>
<p>Longwormen (dictyocaulus arnfieldi) komen bij paarden niet vaak voor in Nederland. Ezels zijn een natuurlijke gastheer van de longworm en bij ezels zorgen deze longwormen eigenlijk zelden voor ziekteverschijnselen. Paarden die besmet zijn met longwormen zullen hier wel ziek van worden. Paarden die samen worden gehouden met ezels kunnen via de ezels geïnfecteerd raken met de longworm.</p>
<p><span class="favth-label-primary"><strong>Ziektebeeld bij paarden</strong><br />
</span>Paarden die besmet zijn met longworm zullen een hardnekkige hoest ontwikkelen en vaak ook vermageren en minder eetlust hebben. Ook kan er sprake zijn van uitvloeiïng uit de neus en een versnelde ademhaling.</p>
<p><span class="favth-label-primary"><strong>Longworm en mestonderzoek</strong><br />
</span>De longworm is bij paarden niet aan te tonen via standaard mestonderzoek middels de <a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/mestonderzoek/wat-is-mestonderzoek/">McMaster methode</a>, aangezien paarden zelf geen eitjes in de mest zullen uitscheiden. Er kan aanvullend mestonderzoek gedaan worden met behulp van de Baermann methode. HippoSupport kan dit onderzoek <a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/product/849/">uitvoeren</a>.</p>
<p><span class="favth-label-primary"><strong>Preventieve maatregelen</strong><br />
</span>De belangrijkste preventieve maatregel is het gescheiden houden van ezels en paarden. Indien ezels en paarden wel samen worden gehouden moet je zeer alert zijn op een mogelijke longworm besmetting. Daarnaast is het belangrijk om de mest regelmatig uit de weide te verwijderen. Door de ezels regelmatig te controleren op longworm ontstaat een beter inzicht in het risico dat paarden lopen op een longworminfectie.</p>
</div>
</div>
</div>
<div id="fav-sidebar2" class="favth-col-lg-3 favth-col-md-3 favth-col-sm-3 favth-col-xs-12">
<div class="moduletable"></div>
</div><p>The post <a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/parasieten/longworm/">Longworm</a> first appeared on <a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com">Paard en Mestonderzoek</a>.</p>]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Lintworm</title>
		<link>https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/parasieten/lintworm/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=lintworm</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Merle Slagers]]></dc:creator>
		<pubDate>Fri, 04 Jun 2021 13:00:24 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Parasieten]]></category>
		<category><![CDATA[geledingen]]></category>
		<category><![CDATA[lange levenscyclus]]></category>
		<category><![CDATA[lintworm]]></category>
		<category><![CDATA[mijten]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/?p=612</guid>

					<description><![CDATA[<p>&#160; De lintworm (anoplocephala perfoliata) is een regelmatig voorkomende worm bij paarden. Een lintworm besmetting kan voor koliek verschijnselen zorgen. Goed wormmanagement is nodig om een ernstige besmetting te voorkomen. Kenmerkend van de lintworm is dat deze een tussengastheer nodig heeft. Deze tussengastheer is de mosmijt. De mosmijt voelt zich het beste thuis in een [&#8230;]</p>
<p>The post <a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/parasieten/lintworm/">Lintworm</a> first appeared on <a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com">Paard en Mestonderzoek</a>.</p>]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>&nbsp;</p>
<p><img loading="lazy" decoding="async" class="alignnone  wp-image-1783" src="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/06/Lintwormei-1.png" alt="" width="129" height="131" />De lintworm (anoplocephala perfoliata) is een regelmatig voorkomende worm bij paarden. Een lintworm besmetting kan voor koliek verschijnselen zorgen. Goed wormmanagement is nodig om een ernstige besmetting te voorkomen. Kenmerkend van de lintworm is dat deze een tussengastheer nodig heeft. Deze tussengastheer is de mosmijt. De mosmijt voelt zich het beste thuis in een wat oudere vervilte grasmat, waar veel ruimte is voor mosvorming. De mosmijt eet lintwormeitjes uit de mest om vervolgens weer te worden opgenomen door het paard tijdens het grazen. Lintwormen bevinden zich normaal gesproken in de overgang van de dunne darm naar de blinde darm. In dit gebied van de darmen hechten zij zich vast. Dit vasthechten kan lokaal voor ontstekingsreacties zorgen. De vastgehechte lintworm stoot eipakketjes af in de vorm van lintwormsegmenten, welke je terug kunt vinden in de mest.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><span class="favth-label-primary"><strong>Ziektebeeld bij paarden</strong><br />
</span>Een lintworminfectie kan koliekklachten veroorzaken bij het paard. Soms zijn dit sluimerende koliekklachten die regelmatig terug keren, maar ook heftige koliekverschijnselen die geopereerd moeten worden op de kliniek kunnen hun oorzaak vinden in een lintworminfectie.</p>
<p><span class="favth-label-primary"><strong>Lintworm en Mestonderzoek</strong><br />
</span>De lintworm scheidt zijn eitjes uit in eipakketjes, de lintwormsegmenten (geledingen). Deze eipakketjes kun je met het blote oog in de mest zien en ze lijken het meeste op rijstkorreltjes. Middels mestonderzoek kun je lintwormeitjes aantreffen. De lintwormeitjes worden echter zeer onregelmatig afgezet, dus als er geen lintwormeitjes worden gevonden in de mest wil dit niet zeggen dat er geen lintwormbesmetting is. Het belangrijkste bij deze wormsoort is dus zelf met het blote oog de mest goed te controleren. Als er echt een vermoeden bestaat van een lintwormbesmetting, is het mogelijk de Equisal Lintwormtest uit te laten voeren. Dit onderzoek wordt gedaan in Engeland en je kunt hiervoor via de dierenarts bij de Gezondheidsdienst voor Dieren een kit aanvragen. Lees er <a href="http://www.gddiergezondheid.nl/actueel/nieuws/2016/01/lintwormpakket-in-de-webshop" target="_blank" rel="noopener noreferrer">hier </a>meer over.</p>
<p><span class="favth-label-primary"><strong>Preventieve maatregelen</strong><br />
</span>Een lintworminfectie is bij het paard goed te behandelen met een ontwormmiddel. Preventieve maatregelen zijn voor de lintworm lastiger. De mosmijt kan zeer lang overleven in de weide, tot wel twee jaar lang. Al die tijd kan deze mosmijt de lintwormeitjes bij zich dragen en dus een risico vormen voor paarden die de mosmijt via het grazen opnemen. Om de mosmijt te bestreiden op het weiland is het noodzakelijk de weide te vernieuwen door deze diep om te ploegen en opnieuw in te zaaien.</p><p>The post <a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/parasieten/lintworm/">Lintworm</a> first appeared on <a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com">Paard en Mestonderzoek</a>.</p>]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Horzellarve &#8211; paardenhorzels</title>
		<link>https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/parasieten/603/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=603</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Merle Slagers]]></dc:creator>
		<pubDate>Fri, 04 Jun 2021 11:54:09 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Parasieten]]></category>
		<category><![CDATA[gele eitjes]]></category>
		<category><![CDATA[horzellarve]]></category>
		<category><![CDATA[lange levenscyclus]]></category>
		<category><![CDATA[paardenhorzel]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/?p=603</guid>

					<description><![CDATA[<p>Levenscyclus De paardenhorzel legt kleine gele eitjes, op hoofdzakelijk manen en benen van het paard. Het paard likt deze zelf op (of een ander paard uit de kudde tijdens het groomen van elkaar) en de eitjes komen in de mond terecht. Ze komen dan in het mondslijmvlies terecht. Na ongeveer 4 weken komen ze in [&#8230;]</p>
<p>The post <a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/parasieten/603/">Horzellarve – paardenhorzels</a> first appeared on <a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com">Paard en Mestonderzoek</a>.</p>]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<div id="fav-maincontent" class="favth-col-lg-9 favth-col-md-9 favth-col-sm-9 favth-col-xs-12">
<div class="item-page">
<p><strong><span class="favth-label-primary">Levenscyclus</span></strong><br />
<img loading="lazy" decoding="async" class="alignnone size-full wp-image-1785" src="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/06/Paardenhorzeleitjes-1.png" alt="" width="103" height="161" />De paardenhorzel legt kleine gele eitjes, op hoofdzakelijk manen en benen van het paard. Het paard likt deze zelf op (of een ander paard uit de kudde tijdens het groomen van elkaar) en de eitjes komen in de mond terecht. Ze komen dan in het mondslijmvlies terecht. Na ongeveer 4 weken komen ze in de maag terecht. Daar hechten zij zich aan de maagwand vast om driekwart jaar later, als het warme seizoen begint, weer met de mest naar buiten te komen. De larven boren zich in de grond en (na enkele keren verpoppen) worden het volwassen horzels.</p>
<p><strong><span class="favth-label-primary">Ziektebeeld</span></strong><br />
De symptomen van een Horzellarve besmetting zijn ontstekingen aan de mond en tong en ontstekingen van de maag. Bij ernstige besmetting kan een paard doodgaan aan buikvliesontsteking als de maagwand doorbreekt. Ook maagdarmproblemen als diarree en soms bloedarmoede of kolieken komen voor, vooral als de darmen verstopt raken doordat veel larven vrijkomen.</p>
<p><strong><span class="label-blue">Horzellarve en mestonderzoek</span></strong><br />
<img loading="lazy" decoding="async" class="alignnone  wp-image-1786" src="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/06/Paardenhorzel-293x300.jpg" alt="" width="197" height="202" srcset="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/06/Paardenhorzel-293x300.jpg 293w, https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/06/Paardenhorzel-300x307.jpg 300w, https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/06/Paardenhorzel.jpg 530w" sizes="(max-width: 197px) 100vw, 197px" />De horzellarve is niet aantoonbaar met mestonderzoek. Wél is de larve met het blote oog te zien in de mest en zijn de eitjes te zien op benen, flanken en manen.</p>
<p><strong><span class="favth-label-primary">Preventieve maatregelen</span></strong><br />
Het enige dat ter preventie gedaan kan worden, is het verwijderen van de eitjes op het paard. Dit is echter geen garantie dat het paard geen eitjes binnen heeft gekregen. Als er in de zomer gele eitjes op de benen of op het lijf van het paard zijn geweest kan het raadzaam zijn om met de dierenarts te overleggen over gerichte ontworming.</p>
</div>
</div><p>The post <a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/parasieten/603/">Horzellarve – paardenhorzels</a> first appeared on <a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com">Paard en Mestonderzoek</a>.</p>]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Aarsworm / aarsmade</title>
		<link>https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/parasieten/aarsworm-aarsmade/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=aarsworm-aarsmade</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Merle Slagers]]></dc:creator>
		<pubDate>Fri, 04 Jun 2021 11:51:10 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Parasieten]]></category>
		<category><![CDATA[aanvullend onderzoek]]></category>
		<category><![CDATA[aarsmade]]></category>
		<category><![CDATA[aarsworm]]></category>
		<category><![CDATA[hardnekking]]></category>
		<category><![CDATA[resistentie]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/?p=600</guid>

					<description><![CDATA[<p>De aarswormen of aarsmaden bij paarden zijn in vergelijking met bijvoorbeeld spoelworm, bloedworm en lintworm relatief onschuldig. Ze kunnen zorgen voor jeuk, waardoor het paard gaat schuren, maar vormen verder geen bedreiging voor het paard. Levenscyclus van de aarsworm bij paarden In tegenstelling tot de andere, veel voorkomende wormsoorten, migreren aarsmaden niet door het lichaam; [&#8230;]</p>
<p>The post <a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/parasieten/aarsworm-aarsmade/">Aarsworm / aarsmade</a> first appeared on <a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com">Paard en Mestonderzoek</a>.</p>]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<div id="fav-maincontent" class="favth-col-lg-9 favth-col-md-9 favth-col-sm-9 favth-col-xs-12">
<div class="item-page">
<div>
<p>De aarswormen of aarsmaden bij paarden zijn in vergelijking met bijvoorbeeld spoelworm, bloedworm en lintworm relatief onschuldig. Ze kunnen zorgen voor jeuk, waardoor het paard gaat schuren, maar vormen verder geen bedreiging voor het paard.</p>
<p><strong><span class="favth-label-primary">Levenscyclus van de aarsworm bij paarden</span></strong><br />
In tegenstelling tot de andere, veel voorkomende wormsoorten, migreren aarsmaden niet door het lichaam;</p>
<ul class="favth-list-circle">
<li>Paarden nemen de eitjes van de aarsworm  op bij het grazen en deze komen vervolgens in het spijsverteringskanaal terecht</li>
<li>In de dikke darm ontwikkelen de eitjes zich tot volwassen worm. Dit proces duurt zo`n 4 a 5 maanden</li>
<li>De volwassen aarswormen vestigen zich in de endeldarm en blijven daar ook.</li>
<li>De wormen zijn wit/grijzig van kleur, met mogelijk wat transparante delen.</li>
<li>De vrouwtjes kunnen tot max 10cm groot worden, de mannetjes worden doorgaans hooguit 1,2cm</li>
<li>Zij komen naar buiten als het paard slaapt of rust en leggen hun eitjes rond de anus</li>
<li>De eitjes die de aarswormen leggen vallen weer op de weide en worden door de paarden weer opgenomen</li>
</ul>
<p>Aarswormen zijn zeer goed zichtbaar als ze hun eitjes op de anus leggen. Als je een vermoeden hebt dat je paard aarsworm heeft, dan kun je het beste als je paard in rust is/slaapt onder de staart kijken. Dat zijn namelijk de momenten waarop de aarsworm naar buiten komt om de eitjes te leggen.</p>
<p><strong><span class="favth-label-primary">Ziektebeeld</span></strong><br />
Eigenlijk hebben paarden met aarswormen hoofdzakelijk last van jeuk, wat zichtbaar is door schuren rondom de staartbasis. Dit is niet bedreigend, maar wel vervelend natuurlijk.</p>
<p><strong><span class="favth-label-primary"><img loading="lazy" decoding="async" class="size-medium wp-image-602 alignright" src="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/06/IMG_0593-300x225.jpg" alt="" width="300" height="225" srcset="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/06/IMG_0593-300x225.jpg 300w, https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/06/IMG_0593.jpg 512w" sizes="(max-width: 300px) 100vw, 300px" />Aarswormen en mestonderzoek</span></strong><br />
De eitjes van de aarsworm zijn normaal gesproken niet aan te tonen met standaard mestonderzoek middels de <a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/mestonderzoek/wat-is-mestonderzoek/">McMaster methode</a>. Het kan natuurlijk gebeuren dat er eitjes van de aarsworm op de mest meekomen en dat die bij mestonderzoek gevonden worden. Dat is echter meer een gelukstreffer. Als er tijdens mestonderzoek geen eitjes van de aarsworm worden gevonden, betekent dat dus niet dat het paard geen aarsworm heeft. Sinds 2017 biedt HippoSupport aanvullend <a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/product/mestonderzoek-paard-aanvullend-aarsworm/">onderzoek </a>aan waarmee aarsworminfecties wel aangetoond kunnen worden. Het is mogelijk dat er in de mest aarswormen gevonden worden, zie de afbeelding hiernaast.</p>
<p>In het onderstaande filmpje zie je een aarsworm die eitjes legt rond de anus van het paard.</p>
<p><iframe src="https://www.youtube.com/embed/tQuI9SspGQM" width="560" height="315" frameborder="0" allowfullscreen="allowfullscreen" data-mce-fragment="1"></iframe></p>
</div>
</div>
</div><p>The post <a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/parasieten/aarsworm-aarsmade/">Aarsworm / aarsmade</a> first appeared on <a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com">Paard en Mestonderzoek</a>.</p>]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Bloedworm (groot en klein)</title>
		<link>https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/parasieten/bloedworm-groot-en-klein/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=bloedworm-groot-en-klein</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Merle Slagers]]></dc:creator>
		<pubDate>Thu, 03 Jun 2021 21:08:11 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Parasieten]]></category>
		<category><![CDATA[grote bloedworm]]></category>
		<category><![CDATA[kleine bloedworm]]></category>
		<category><![CDATA[mestonderzoek]]></category>
		<category><![CDATA[rode bloedworm]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/?p=545</guid>

					<description><![CDATA[<p>Een van de bekendste en meest voorkomende soorten is de bloedworm (strongyliden), ook wel rode bloedworm genoemd. De bloedworm is eigenlijk een verzameling van verschillende bloedwormen. Het eerste onderscheid dat gemaakt kan worden, is tussen de grote en de kleine bloedwormen. Kleine bloedwormen (cyathostominea) De kleine bloedworm is eigenlijk een verzameling van enkele tientallen ondersoorten. [&#8230;]</p>
<p>The post <a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/parasieten/bloedworm-groot-en-klein/">Bloedworm (groot en klein)</a> first appeared on <a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com">Paard en Mestonderzoek</a>.</p>]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Een van de bekendste en meest voorkomende soorten is de bloedworm (strongyliden), ook wel rode bloedworm genoemd. De bloedworm is eigenlijk een verzameling van verschillende bloedwormen. Het eerste onderscheid dat gemaakt kan worden, is tussen de grote en de kleine bloedwormen.</p>
<p><strong><span class="favth-label-primary">Kleine bloedwormen (cyathostominea)<br />
</span></strong>De kleine bloedworm is eigenlijk een verzameling van enkele tientallen ondersoorten. Ze variëren in lengte (van ongeveer 0,5 tot 3cm) en hun naam ontlenen ze aan de vaak (!) rode kleur. De kleine bloedworm is de meest voorkomende wormsoort bij paarden. Het belangrijkste verschil tussen de kleine en de grote bloedworm zit in de route die de larven afleggen in het lichaam van het paard. De larven van de kleine bloedwormen komen niet verder in het lichaam dan de slijmvlieslaag van de darmwand, waaruit ze een tijdje later weer tevoorschijn komen in de darm.</p>
<p><span class="favth-label-primary"><strong>Grote bloedwormen (strongylus)</strong><br />
</span>De grote bloedworm komt (in ieder geval in Nederland) gelukkig nog maar zelden voor. Ook bij de grote bloedworm is eigenlijk sprake van een verzameling van 5 verschillende (sub)soorten. De grote bloedwormen kunnen (afhankelijk van de subsoort) 1 tot 5 cm worden. Van deze 5 komen er in ieder geval 2 niet in Nederland voor. De Strongylus Vulgaris is de meest relevante subsoort. De larven van de grote bloedworm maken een trektocht vanuit de darm het lichaam in naar de grote slagaders, om later terug te keren naar het slijmvlies van de darmwand. Hierbij kunnen zij ernstige schade aanrichten.</p>
<p><span class="favth-label-primary"><strong>Levenscyclus van de bloedwormen</strong><br />
</span>De levenscyclus voor de grote en kleine bloedwormen is grotendeels vergelijkbaar.</p>
<p><img loading="lazy" decoding="async" class="img-rounded img-shadow" src="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/images/Wormsoorten/Wormcyclus.png" alt="Wormcyclus" width="500" height="310" /></p>
<ol class="favth-list-circle">
<li><img loading="lazy" decoding="async" class=" wp-image-1789 alignright" src="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/06/L3-Bloedworm-1-300x290.jpg" alt="" width="193" height="187" srcset="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/06/L3-Bloedworm-1-300x290.jpg 300w, https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/06/L3-Bloedworm-1-1024x991.jpg 1024w, https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/06/L3-Bloedworm-1-768x743.jpg 768w, https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/06/L3-Bloedworm-1-1536x1487.jpg 1536w, https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/06/L3-Bloedworm-1-600x581.jpg 600w, https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/06/L3-Bloedworm-1.jpg 2000w" sizes="(max-width: 193px) 100vw, 193px" />Paarden krijgen bij het grazen larven binnen;</li>
<li>De larven komen in het slijmvlies van de dikke en blinde darm terecht en gaan van daaruit als volwassen wormen eitjes produceren. De larven van de grote bloedwormen komen eerst nog in de grote slagader terecht die de darmen van bloed voorzien). Het is ook mogelijk dat de larven zich (voor langere tijd) inkapselen in de darmwand;</li>
<li>De volwassen (niet in gekapselde) bloedwormen scheiden eitjes uit, die met de mest op het weiland terecht komen;</li>
<li>In de mest ontwikkelen de larven zicht vervolgens in verschillende stadia tot L3 larven;</li>
<li>De L3 larven gaan het gras in (ze zijn gek op vochtig lang gras).</li>
</ol>
<p><iframe src="https://www.youtube.com/embed/ACqKZbIRB8A" width="560" height="315" frameborder="0" allowfullscreen="allowfullscreen" data-mce-fragment="1"></iframe></p>
<p><span class="favth-label-primary"><strong>Ziektebeelden bij paarden</strong><br />
</span>Een ernstige besmetting met de kleine bloedworm doet zich het vaakste voor in jonge paarden (tot 3 jaar) en hoofdzakelijk in de winter en het vroege voorjaar. Dit is vaak het gevolg van ingekapselde bloedwormen die massaal vrijkomen, dit wordt wel een larvale cyathostominose genoemd. Dit kan leiden tot vele kleine ontstekingshaarden in de darmwand, met een verhoogd risico op bacteriële infecties. Desondanks zijn de beschadigingen aan slijmvlies doorgaans beperkt.<br />
De meest voorkomende sympthomen zijn verminderde eetlust, vermagering, doffe vacht, uitdroging, koorts. Er kan ook sprake zijn van waterige diarree. Koliekverschijnselen worden ook waargenomen. Er kan gesteld worden dat des te ernstiger de symptomen, hoe slechter de prognose. Tot 50% van de paarden met een ernstige larvale cyathostominose kan hieraan komen te overlijden, ondanks een eventuele behandeling.</p>
<p>Bij de grote bloedworm komen problemen het meeste voor bij (wat oudere) veulens in het najaar en de winter. Dit hangt samen met het aantal larven dat wordt opgenomen vanaf het gras en het moment van de eerste infectie. De larven veroorzaken veel irritatie op het moment dat zij vanuit de darmwand naar de vaatwand gaan. Binnen 3 weken na infectie bestaat al het risico op koliek en bij zware infecties kan het veulen zelfs sterven. Nadat de larven zicht vestigen in de slagader, ontstaat schade aan de scheilwortel. Hierdoor ontstaat wat ook wel een worm-aneurysma wordt genoemd. Kort gezegd betekent dit dat er een extreme verdikking van de vaatwand ontstaat, waardoor de doorbloeding van de darmen verstoord kan raken. Dit kan tot gevolg hebben dat 3 4 maanden later ernstige koliek optreedt. Zoals hiervoor al aan gegeven, komt de grote bloedworm in Nederland eigenlijk nauwelijks/niet meer voor.</p>
<p><span class="favth-label-primary"><strong>Bloedwormen en mestonderzoek</strong><br />
</span><img loading="lazy" decoding="async" class=" wp-image-1792 alignleft" src="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/06/Bloedwormei-larve.png" alt="" width="138" height="134" />Bloedwormen kunnen met behulp van mestonderzoek aangetoond worden. Hierbij wordt gekeken naar de wormeitjes die in de mest zitten. Alleen volwassen wormen die niet ingekapseld zijn, scheiden eitjes uit. Het is dus mogelijk dat tijdens het mestonderzoek geen eitjes worden aangetroffen, maar dat er wel sprake is van ingekapselde wormen. De ingekapselde bloedwormen vormen overigens geen probleem voor het paard zolang ze ingekapseld zijn. Als ze massaal actief worden en uit hun kapsel komen, kan het paard er last van hebben.</p>
<p><span class="favth-label-primary"><strong>Preventie van bloedwormbesmettingen</strong><br />
</span>Er zijn veel maatregelen die genomen kunnen worden om (her)besmettingen met de bloedworm zoveel mogelijk te beperken. Omdat de levenscyclus van de bloedworm zich voor het grootste deel buiten het paard bevindt, is het voor de hand liggend dat de preventieve maatregelen dus ook niet bij het paard gezocht moeten worden, maar bij het weiland. Hieronder een overzicht met preventieve maatregelen. Klik op de maatregel voor meer informatie.</p>
<ul class="favth-list-circle">
<li><a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/preventie/weide-slepen/">Regelmatig de weide slepen</a></li>
<li><a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/preventie/632/">Regelmatig de weide bloten</a></li>
<li><a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/preventie/634/">Het weiland hooien</a></li>
<li><a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/preventie/mestruimen/">Mest uit het weiland halen</a></li>
<li><a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/preventie/mest-in-1-hoek-van-het-weiland/">Alle mest in 1 hoek van het land gooien</a></li>
<li><a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/preventie/mestbult-keren/">Mestbult keren</a></li>
<li><a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/preventie/regelmatig-verweiden/">Verweiden</a></li>
<li><a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/preventie/andere-grazers-op-de-weide/">Andere dieren laten grazen</a></li>
<li><a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/preventie/stal-regelmatig-leeghalen/">Stal regelmatig leeghalen</a></li>
<li><a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/preventie/stal-ontsmetten/">Stal regelmatig ontsmetten</a></li>
<li><a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/preventie/strookbegrazing/">Strookbegrazing</a></li>
<li><a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/preventie/natuurlijke-weerstand/">Eigen weerstand van het paard</a></li>
</ul><p>The post <a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/parasieten/bloedworm-groot-en-klein/">Bloedworm (groot en klein)</a> first appeared on <a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com">Paard en Mestonderzoek</a>.</p>]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Parasieten bij paarden</title>
		<link>https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/parasieten/parasieten-bij-paarden/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=parasieten-bij-paarden</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Merle Slagers]]></dc:creator>
		<pubDate>Mon, 15 Mar 2021 14:44:39 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Parasieten]]></category>
		<category><![CDATA[aarsworm]]></category>
		<category><![CDATA[bloedworm]]></category>
		<category><![CDATA[horzellarve]]></category>
		<category><![CDATA[leverbot]]></category>
		<category><![CDATA[lintworm]]></category>
		<category><![CDATA[longworm]]></category>
		<category><![CDATA[paard]]></category>
		<category><![CDATA[parasieten]]></category>
		<category><![CDATA[spoelworm]]></category>
		<category><![CDATA[veulenworm]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/?p=1</guid>

					<description><![CDATA[<p>De lente staat voor de deur; een prachtige periode met overal veulens in de weide. Als paardeneigenaar wil je natuurlijk het beste voor je paard en dat betekent de best mogelijke start van het leven als veulen. Daarom is het ook een belangrijk moment om over het wormmanagement na te denken, want vanaf de allereerste [&#8230;]</p>
<p>The post <a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/parasieten/parasieten-bij-paarden/">Parasieten bij paarden</a> first appeared on <a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com">Paard en Mestonderzoek</a>.</p>]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<div data-elementor-type="wp-post" data-elementor-id="1" class="elementor elementor-1">
						<section class="elementor-section elementor-top-section elementor-element elementor-element-197d1c5a elementor-section-boxed elementor-section-height-default elementor-section-height-default" data-id="197d1c5a" data-element_type="section">
						<div class="elementor-container elementor-column-gap-default">
					<div class="elementor-column elementor-col-100 elementor-top-column elementor-element elementor-element-4a32cec4" data-id="4a32cec4" data-element_type="column">
			<div class="elementor-widget-wrap elementor-element-populated">
						<div class="elementor-element elementor-element-589d2a29 elementor-widget elementor-widget-text-editor" data-id="589d2a29" data-element_type="widget" data-widget_type="text-editor.default">
				<div class="elementor-widget-container">
									<p>De lente staat voor de deur; een prachtige periode met overal veulens in de weide. Als paardeneigenaar wil je natuurlijk het beste voor je paard en dat betekent de best mogelijke start van het leven als veulen. Daarom is het ook een belangrijk moment om over het wormmanagement na te denken, want vanaf de allereerste moedermelk loopt een veulen kans op worminfecties. Dat klinkt misschien wat negatief, maar dat hoeft helemaal niet. Als paardeneigenaar kun je je hier prima op voorbereiden zodat je op het juiste moment in kunt grijpen, mocht dat nodig zijn. Dat vraagt het nodige inzicht als het gaat om welke parasieten een paard kan hebben, welke risico’s er zijn en welke preventieve maatregelen je kunt nemen om een worminfectie bij je paard zoveel mogelijk te voorkomen. Daarover kun je alles lezen in dit artikel. Verwacht je dit jaar een veulen? Bespreek dan vóóraf met je dierenarts wat het beste is qua ontworming van merrie en/of veulen.</p><p>Wanneer veulens geboren worden, hebben zij nog maar nauwelijks weerstand tegen de verschillende parasieten en deze zullen zij gedurende hun leven op moeten bouwen. Naarmate paarden ouder worden, neemt de weerstand toe en worden paarden minder gevoelig voor parasieten, vaak totdat er gezondheidsproblemen ontstaan en/of wanneer paarden ouder worden waardoor hun eigen weerstand afneemt. In sommige situaties bouwen paarden die weerstand al in een paar maanden op, maar voor andere situaties  krijgen paarden pas weerstand als ze veel ouder zijn. Hoe snel dit gaat, hangt af van de parasiet en voor een belangrijk deel van het individuele paard en de omstandigheden. Daarnaast kan een ondersteuning van de eigen weerstand door middel van geschikte supplementen een belangrijk verschil maken.</p><p><a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/grafiek-wormsoorten-en-weerstand-inclusief-longworm-en-leverbot/"><img loading="lazy" decoding="async" class="aligncenter wp-image-273 size-large" src="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/03/Grafiek-wormsoorten-en-weerstand-inclusief-longworm-en-leverbot-1024x664.png" alt="" width="1024" height="664" srcset="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/03/Grafiek-wormsoorten-en-weerstand-inclusief-longworm-en-leverbot-1024x664.png 1024w, https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/03/Grafiek-wormsoorten-en-weerstand-inclusief-longworm-en-leverbot-300x195.png 300w, https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/03/Grafiek-wormsoorten-en-weerstand-inclusief-longworm-en-leverbot-600x389.png 600w, https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/03/Grafiek-wormsoorten-en-weerstand-inclusief-longworm-en-leverbot-768x498.png 768w, https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/03/Grafiek-wormsoorten-en-weerstand-inclusief-longworm-en-leverbot-1536x996.png 1536w, https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/03/Grafiek-wormsoorten-en-weerstand-inclusief-longworm-en-leverbot.png 1701w" sizes="(max-width: 1024px) 100vw, 1024px" /></a></p><p>Voor alle parasieten geldt dat hun levenscyclus in principe wel vergelijkbare fasen kent, maar er kunnen uitzonderingen en afwijkingen zijn, zoals bijvoorbeeld het gebruik van een tussengastheer en de ontwikkeling van larven binnen of buiten het paard. In het onderstaande overzicht de basale levenscyclus.</p><p><a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/levenscyclus-parasieten/"><img loading="lazy" decoding="async" class="aligncenter wp-image-274 size-large" src="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/03/Levenscyclus-parasieten-873x1024.png" alt="" width="873" height="1024" srcset="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/03/Levenscyclus-parasieten-873x1024.png 873w, https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/03/Levenscyclus-parasieten-300x352.png 300w, https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/03/Levenscyclus-parasieten-600x704.png 600w, https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/03/Levenscyclus-parasieten-256x300.png 256w, https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/03/Levenscyclus-parasieten-768x901.png 768w, https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/03/Levenscyclus-parasieten-1309x1536.png 1309w, https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/03/Levenscyclus-parasieten-1745x2048.png 1745w, https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/03/Levenscyclus-parasieten.png 1990w" sizes="(max-width: 873px) 100vw, 873px" /></a></p><p>Tijdens hun leven kunnen paarden verschillende parasitaire infecties oplopen. In veel gevallen gaat het niet om hele schadelijke wormsoorten en er zijn wormsoorten die alleen onder bepaalde omstandigheden relevant zijn. Sommige parasieten laten zich maar moeilijk bestrijden en in sommige gevallen kan het lastig zijn om vast te stellen of je paard een dergelijke infectie heeft. Van de meest voorkomende parasieten is een infectie gelukkig goed vast te stellen. In dit artikel worden de relevante wormen besproken, hoe je ze kunt bestrijden en vooral hoe je vast kunt stellen of je paard er last van heeft. Op de website <a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/">paardenmestonderzoek </a>kun je nog veel meer informatie vinden over alle wormsoorten en wormmanagement.</p><p><img loading="lazy" decoding="async" class="alignnone size-medium wp-image-1794" src="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/07/Wormsoorten-en-locaties-in-het-paard-zonder-levenscyclus-300x294.png" alt="" width="300" height="294" /></p><p><strong>Veulenworm<br /></strong>Het risico om een parasitaire infectie op te lopen, is al vanaf de allereerste uren na de geboorte van een veulen aanwezig. Vaak is de moeder drager van volwassen veulenwormen die in ruste in de buikwand zitten. De merrie heeft hier geen last van en deze infectie is ook niet aan te tonen omdat er geen eitjes gelegd worden. Kort voor de geboorte wordt de veulenworm actief en gaan de wormen eitjes leggen. De larven die daaruit komen, trekken naar het uier van de merrie. Zo krijgt het veulen al via de moedermelk de eerste worminfectie binnen. Na ongeveer 10 dagen zijn de larven die het veulen binnen heeft gekregen volwassen en leggen deze eitjes die met de mest mee naar buiten komen. De larven die uit deze eitjes komen, kunnen bij het veulen via de huid weer binnendringen, of worden opgegeten, en het veulen zo opnieuw infecteren.</p><p>Om veulenworm infecties zoveel mogelijk te bestrijden, is het van belang om ruim voor de geboorte van het veulen met je dierenarts het wormmanagement van de merrie en het veulen te bespreken. De dierenarts kan aanraden de merrie 1 á 2 weken voor de bevalling te ontwormen, maar kan ook adviseren het veulen met een dag of 10 te ontwormen. Daarnaast is een goede stalhygiëne natuurlijk essentieel om herinfectie zoveel mogelijk te voorkomen. Schep daarom iedere dag alle mest en natte plekken uit de kraamstal. Over het algemeen bouwen veulens binnen een maand of 6 voldoende weerstand op tegen de veulenworm, zodat ze er daarna geen last meer van hebben.</p><table width="600"><tbody><tr><td width="173"><strong>Parasiet</strong></td><td width="427"><strong>Veulenworm</strong></td></tr><tr><td width="173">Infectierisico</td><td width="427">Direct vanaf de eerste moedermelk, tot het veulen ongeveer 6 maanden is</td></tr><tr><td width="173">Ernst</td><td width="427">Ernstige problemen worden in de praktijk niet vaak gezien</td></tr><tr><td width="173">Ziektebeeld</td><td width="427">Gewichtsverlies, diarree, sufheid en verminderde eetlust, tot minder vaak voorkomende koorts, luchtwegproblemen en huidproblemen (lokale huidontstekingen)</td></tr><tr><td width="173">Bestrijding</td><td width="427">Wormmanagement, Stalhygiëne ter preventie</td></tr><tr><td width="173">Aantoonbaar met mestonderzoek</td><td width="427">Ja, vanaf 10 dagen nadat het veulen is geïnfecteerd kunnen er wormeitjes worden waargenomen in de mest</td></tr></tbody></table><p><strong><br />Bloedworm<br /></strong>In de volksmond wordt vaak gesproken over bloedworm of rode bloedworm. Feitelijk gaat het echter om 2 soorten; de grote bloedworm en de kleine bloedworm, waarbij ook weer sprake is van verschillende subsoorten. De grote bloedworm komt in Nederland (en omringende landen) eigenlijk niet meer voor, dus in de praktijk gaat het eigenlijk altijd om diverse subsoorten van de kleine bloedworm. Bloedworminfecties zijn de meest voorkomende worminfecties bij paarden. Als er een worminfectie wordt gevonden, is het in meer dan 95% van de gevallen een bloedworminfectie. Paarden lopen het grootste risico op een bloedworminfectie tijdens het grazen, maar recent wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat het ook mogelijk is om een bloedworminfectie op te lopen in de stal. In de praktijk duurt het tot paarden een jaar of 7 / 8 oud zijn om voldoende weerstand op te bouwen tegen bloedworminfecties, er zijn echter paarden die hun leven lang gevoelig blijven voor bloedworminfecties. Ook kunnen tijdelijk verlaagde weerstand door stress of ziekte de gevoeligheid om een bloedworminfectie op te lopen het hele leven aanwezig blijven. Het is niet altijd nodig om te ontwormen tegen bloedworm. Hierbij wordt gekeken naar de ernst van een worminfectie, uitgedrukt in Eitjes per Gram (EPG). Met behulp van mestonderzoek kan deze EPG worden bepaald en kan in overleg met de dierenarts worden besloten of het nodig is om te ontwormen en zo ja, waarmee.</p><table width="600"><tbody><tr><td width="173"><strong>Parasiet</strong></td><td width="427"><strong>Kleine bloedworm</strong></td></tr><tr><td width="173">Infectierisico</td><td width="427">Grootste risico op ernstige besmettingen tot +/- 3 jaar. Bij paarden tot +/-8 jaar nog regelmatig gevoeligheid en bij verminderde weerstand bestaat een verhoogd infectierisico</td></tr><tr><td width="173">Ernst</td><td width="427">Bij verwaarloosde infecties groot risico; des te ernstiger de symptomen, hoe slechter de prognose. Tot 50% van de paarden met een ernstige larvale cyathostominose kan hieraan komen te overlijden, ondanks een eventuele behandeling.</td></tr><tr><td width="173">Ziektebeeld</td><td width="427">verminderde eetlust, vermagering, doffe vacht, uitdroging, koorts, waterige diarree, koliekverschijnselen</td></tr><tr><td width="173">Bestrijding</td><td width="427">Preventieve maatregelen, goede eigen weerstand en goed wormmanagement door middel van onder andere regelmatig mestonderzoek</td></tr><tr><td width="173">Aantoonbaar met mestonderzoek</td><td width="427">Ja, vanaf minimaal 6 weken nadat een infectie is opgelopen kunnen er wormeitjes worden waargenomen in de mest</td></tr></tbody></table><p><strong><br />Spoelworm<br /></strong>De spoelworm is een zeer schadelijke parasiet die vooral voor problemen kan zorgen bij jonge dieren tot ongeveer 3 jaar. Nadat het paard een infectieus eitje binnenkrijgt tijdens het grazen (of op stal), komt er een larve uit die een trektocht maakt door het lichaam van het paard en waarbij deze via de lever in de longen terecht komt. Het paard hoest de larve op en slikt deze door, waardoor hij in het spijsverteringskanaal terecht komt waar in de dunne darm de eitjes gelegd worden. De meest gegeven wormkuren zijn niet effectief tegen spoelworm, waardoor een zeer groot risico ontstaat wanneer niet regelmatig mestonderzoek wordt uitgevoerd. Ieder jaar zijn er weer berichten over veulens die overlijden aan koliek als gevolg van een spoelworminfectie. Vaak blijkt dan dat de veulens wel zijn ontwormd, maar met een middel dat niet effectief is tegen spoelworm. Met behulp van mestonderzoek kan bepaald worden of er sprake is van een spoelworminfectie en als dat zo is, kan in overleg met de dierenarts worden bepaald welke wormkuur gegeven dient te worden.</p><table width="600"><tbody><tr><td width="173"><strong>Parasiet</strong></td><td width="427"><strong>Spoelworm</strong></td></tr><tr><td width="173">Infectierisico</td><td width="427">Grootste risico op besmettingen tot +/- 3 jaar en daarna bij verminderde weerstand/ziekte</td></tr><tr><td width="173">Ernst</td><td width="427">Bij niet tijdig onderkennen kunnen ernstige gezondheidsproblemen ontstaan en kunnen paarden overlijden</td></tr><tr><td width="173">Ziektebeeld</td><td width="427">longontsteking, hoesten, uitvloeiing uit de neus, versnelde ademhaling, verminderde eetlust, diarree, lusteloosheid, vermagering en lusteloosheid. In ernstige gevallen ook verstopping / koliek</td></tr><tr><td width="173">Bestrijding</td><td width="427">Preventieve maatregelen, stalhygiëne, goede eigen weerstand en goed wormmanagement en weidemanagement bij jonge dieren</td></tr><tr><td width="173">Aantoonbaar met mestonderzoek</td><td width="427">Ja, vanaf minimaal 10 weken nadat een infectie is opgelopen kunnen er wormeitjes worden waargenomen in de mest</td></tr></tbody></table><p><strong><br />Lintworm<br /></strong>Lintworm infecties komen relatief weinig voor. Dit komt met name doordat veel paardeneigenaren jaarlijks ontwormen met een middel dat ook tegen lintworm werkt. Doordat de lintworm een relatief trage levenscyclus (van ongeveer een jaar heeft), blijkt in de praktijk dat deze jaarlijkse ontworming voldoende is om grote problemen te voorkomen. De lintworm komt hoofdzakelijk voor op oude vervilte weides en maakt gebruik van een zogenaamde tussengastheer, de mosmijt, die op deze weides te vinden is. De lintworm scheidt zijn eitjes uit in eipakketjes; de lintwormsegmenten (geledingen). Deze eipakketjes kun je met het blote oog in de mest zien en ze lijken het meeste op rijstkorreltjes. Lintwormeitjes kunnen met behulp van mestonderzoek gevonden worden. De lintwormeitjes worden echter onregelmatig uitgescheiden, dus als er geen lintwormeitjes worden gevonden in de mest wil dit niet zeggen dat er geen lintwormbesmetting is.</p><table width="600"><tbody><tr><td width="173"><strong>Parasiet</strong></td><td width="427"><strong>Lintworm</strong></td></tr><tr><td width="173">Infectierisico</td><td width="427">altijd aanwezig, vooral op oudere vervilte weides</td></tr><tr><td width="173">Ernst</td><td width="427">Ernstige problemen worden in de praktijk niet vaak gezien</td></tr><tr><td width="173">Ziektebeeld</td><td width="427">Koliekverschijnselen, regelmatig terugkerende koliek</td></tr><tr><td width="173">Bestrijding</td><td width="427">Wormmanagement en bij terugkerende problemen, weide diep omploegen en opnieuw inzaaien</td></tr><tr><td width="173">Aantoonbaar met mestonderzoek</td><td width="427">De lintworm scheidt onregelmatig eitjes uit, waardoor deze niet altijd in de mest zitten. Als er eitjes in de mest zitten, zijn deze te vinden met standaard mestonderzoek</td></tr></tbody></table><p>Naast de hiervoor genoemde parasieten, zijn er ook nog enkele andere parasieten waar paarden mee te maken zouden kunnen krijgen “onder de juiste omstandigheden.”</p><p><strong>Aarsworm<br /></strong>Zoals de naam al zegt; deze parasiet kun je aantreffen bij de anus van het paard. De volwassen wormen bevinden zich in de endeldarm, om precies te zijn. Wanneer het paard in rust is of slaapt, komt de aarsworm naar buiten en legt eitjes rondom de anus. De eitjes komen dus niet met de mest mee naar buiten en kunnen daarom (in principe) niet met standaard mestonderzoek worden gevonden. Aarsworminfecties zijn relatief onschuldig; ze veroorzaken voornamelijk jeuk bij de staart. Paarden kunnen hier van gaan schuren, waardoor wondjes kunnen ontstaan. Er is veel resistentie bekend, wat de bestrijding van een aarsworminfectie lastig maakt. Het helpt om de anus van het paard dagelijks goed schoon te maken, zodat er geen nieuwe aarswormeitjes kunnen verspreiden die voor herinfectie kunnen zorgen.</p><p><strong>Leverbot<br /></strong>Het paard is geen geschikte gastheer voor leverbotten, en in gezonde paarden maken leverbotten eigenlijk geen kans hun levenscyclus te voltooien. Het risico op leverbotinfecties bij paarden ontstaat eigenlijk alleen onder de volgende omstandigheden;</p><ul><li>Er komen andere grazers op de paardenweide die wel natuurlijke gastheren van de leverbot zijn, zoals schapen of runderen;</li><li>De weide heeft blijvend natte plaatsen zoals sloten en greppels, waar de leverbotslak (tussengastheer) kan overleven;</li><li>Het paard heeft een verminderde weerstand</li></ul><p>Een leverbotinfectie kan niet worden aangetoond met behulp van standaard mestonderzoek. Hiervoor moet aanvullend mestonderzoek worden gedaan. Dit onderzoek is voornamelijk aan te raden als er klinische tekenen zijn en wanneer aan de bovengenoemde voorwaarden is voldaan.</p><p><strong>Longworm<br /></strong>Net als bij de leverbot is het paard geen geschikte gastheer voor longwormen. Ezels zijn dit wel en bij paarden ontstaat het risico op een longworminfectie als er contact is met ezels. Van de levenscyclus van de longworm bij paarden is helaas niet zoveel bekend. De larven komen in de longen terecht, waardoor paarden een hardnekkig hoest ontwikkelen. Een longworminfectie kan niet worden aangetoond met standaard mestonderzoek. Hiervoor is aanvullend onderzoek vereist. Wanneer er sprake is geweest van contact met ezels en het paard blijft hoesten, dan kan dit onderzoek zinvol zijn.</p><p><strong>Horzellarve<br /></strong>De horzellarve is een aparte in het rijtje met parasieten, omdat het hierbij gaat om eitjes die in de nazomer en het najaar door de horzel gelegd worden op de benen, flanken en manen van het paard. Paarden likken deze op bij zichzelf, of bij een weidemaatje tijdens het groomen en krijgen zo de larfjes in hun mond. Na enkele weken trekken de larfjes naar het spijsverteringskanaal, waar ze zich in de maag vastzetten. Na 8 tot 11 maanden komen ze met de mest mee naar buiten. De larven zijn gemakkelijk te herkennen in de mest. De larven boren zich in de grond en na enkele keren verpoppen, komen de horzels eruit en is de cyclus weer rond. Een infectie met de horzellarve is met mestonderzoek niet aan te tonen. Dat hoeft natuurlijk ook niet, want de eitjes zijn met het blote oog zichtbaar op benen, flanken en manen. Heeft een paard, of het weidemaatje, deze eitjes gehad in het najaar? Dan is het verstandig dit te bespreken met je dierenarts.</p><p><strong>Preventieve maatregelen<br /></strong>Natuurlijk kan het af en toe nodig zijn om te ontwormen, maar als het even kan, dan voorkomen we graag zoveel mogelijk een worminfectie. Er zijn verschillende preventieve maatregelen die hierbij kunnen helpen, zoals mest ruimen uit de weide, goed weidebeheer of op de juiste momenten de weides slepen en/of bloten. Op de website van Paard en mestonderzoek kun je hier alles over lezen: <a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/preventie">Preventieve maatregelen</a>.</p><p><strong>Eigen weerstand<br /></strong>Een vaak onderschat onderdeel van de preventie tegen worminfecties, is de eigen weerstand van het paard. Paarden bouwen weerstand op tegen parasitaire infecties naarmate ze ouder worden. In de praktijk blijkt dat paarden met een verminderde weerstand gevoeliger zijn voor worminfecties. Ze lopen daardoor makkelijker een worminfectie op en deze krijgt meer kans zich sneller te manifesteren. Je kunt je paard daarom een steuntje in de rug te geven door te zorgen dat de eigen weerstand op peil is en blijft en door de darmen minder aantrekkelijk te maken voor parasieten. Bij situaties waarbij je kunt voorzien dat de weerstand omlaag zou kunnen gaan, zou je preventief wat vitaminen kunnen toedienen. Je kunt denken aan stress van een verhuizing, een medische behandeling, ziekte, maar bijvoorbeeld ook na het toedienen van een wormkuur. Er zijn verschillende supplementen beschikbaar die hier aan bij kunnen dragen. Welk supplement ook de voorkeur heeft; controleer altijd of het voldoende effectief is door regelmatig mestonderzoek te doen. Daarmee voorkom je schijnveiligheid en ben je er op tijd bij om het wormmanagement van je paard eventueel bij te stellen.</p><p><strong>Mestonderzoek<br /></strong>In de afgelopen jaren is mestonderzoek steeds meer de standaard geworden als het gaat om wormmanagement. Wanneer regelmatig mestonderzoek wordt gedaan, neemt de effectiviteit van het wormmanagement toe. Daarnaast levert mestonderzoek een belangrijke bijdrage als het gaat om;</p><p>Bij standaard mestonderzoek wordt de mest onderzocht op de aanwezigheid van wormeitjes. Wanneer er eitjes gevonden worden betekent dit dat er volwassen ei-leggende wormen aanwezig zijn. Wanneer er geen wormeitjes worden gevonden, kan daarom niet gesteld worden dat er geen worminfectie is. Er kunnen parasieten aanwezig zijn in het paardenlichaam die nog niet volwassen zijn en nog geen eitjes leggen. Dat is een van de belangrijkste redenen dat 1 of 2 keer per jaar mestonderzoek doen onvoldoende is. Een andere belangrijke reden is dat paarden natuurlijk opnieuw een infectie op kunnen lopen.</p><p><strong>Aanvullend (mest)onderzoek<br /></strong>De meest relevante parasieten bij paarden kunnen met behulp van standaard mestonderzoek betrouwbaar worden aangetoond. Voor parasieten zoals leverbot, longworm en aarsworm is dat niet mogelijk en zal aanvullend onderzoek moeten worden gedaan. Er zijn gespecialiseerde laboratoria zoals <a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/">HippoSupport</a> die dergelijk onderzoek uitvoeren in opdracht van particulieren, stalhouders en gespecialiseerde paardenartsen.</p><p><strong>Individuele benadering<br /></strong>Ieder paard is uniek, dat zal geen paardeneigenaar ontkennen. Ook op het gebied van gevoeligheid en eigen weerstand van paarden is het belangrijk om het paard individueel te benaderen. Als het ene paard in de kudde een zware infectie heeft kan het heel goed zijn dat andere paarden nergens last van hebben. Mestonderzoek vormt een ideaal hulpmiddel om de gevoeligheid voor worminfecties per paard te bekijken door het jaar/de jaren heen. Door iedere twee maanden mestonderzoek te doen kan je eventuele lichte infecties in de gaten houden en ingrijpen wanneer het paard deze met zijn eigen weerstand niet onder controle kan houden. Slechts 1 a 2 keer per jaar mestonderzoek doen geeft hier helaas geen inzicht in. Heb je beter inzicht in de gevoeligheid van jouw paard voor worminfecties dan kan de frequentie van mestonderzoek omlaag naar de momenten waarop er meer risico is, bijvoorbeeld wanneer het paard op de weide staat, bij stress en of verminderde weerstand.</p><p><a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com">HippoSupport www.paardenmestonderzoek.com</a></p>								</div>
				</div>
					</div>
		</div>
					</div>
		</section>
				</div><p>The post <a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/parasieten/parasieten-bij-paarden/">Parasieten bij paarden</a> first appeared on <a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com">Paard en Mestonderzoek</a>.</p>]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
	</channel>
</rss>
