<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>lintworm - Paard en Mestonderzoek</title>
	<atom:link href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/tag/lintworm/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>https://subdomein.paardenmestonderzoek.com</link>
	<description>Voorkom resistentie bij je Paard!</description>
	<lastBuildDate>Fri, 21 Feb 2025 10:02:30 +0000</lastBuildDate>
	<language>nl-NL</language>
	<sy:updatePeriod>
	hourly	</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>
	1	</sy:updateFrequency>
	<generator>https://wordpress.org/?v=6.8.2</generator>

<image>
	<url>https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2025/02/cropped-Logo-Paardenmestonderzoek-alleen-hoofd-32x32.png</url>
	<title>lintworm - Paard en Mestonderzoek</title>
	<link>https://subdomein.paardenmestonderzoek.com</link>
	<width>32</width>
	<height>32</height>
</image> 
	<item>
		<title>Waarom adviseert mijn dierenarts in het najaar te ontwormen terwijl de uitslag van mestonderzoek geen aanleiding geeft?</title>
		<link>https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/laatste-nieuws/waarom-adviseert-mijn-dierenarts-in-het-najaar-te-ontwormen-met-equest-pramox/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=waarom-adviseert-mijn-dierenarts-in-het-najaar-te-ontwormen-met-equest-pramox</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Merle Slagers]]></dc:creator>
		<pubDate>Sat, 05 Jun 2021 15:49:44 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Laatste nieuws]]></category>
		<category><![CDATA[equest]]></category>
		<category><![CDATA[equest pramox]]></category>
		<category><![CDATA[horzellarve]]></category>
		<category><![CDATA[ingekapselde bloedworm]]></category>
		<category><![CDATA[lintworm]]></category>
		<category><![CDATA[winter]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/?p=776</guid>

					<description><![CDATA[<p>Veel dierenartsen adviseren om in december (of na de eerste nachtvorst) paarden te ontwormen, ook als de uitslag van mestonderzoek daar geen aanleiding voor geeft. In veel gevallen wordt dan Equest Pramox voorgeschreven, in de volksmond ook wel de &#8220;winterkuur&#8221; genoemd. De reden dat dit wordt geadviseerd, is omdat Equest Pramox een combinatiepreparaat is (moxidectine [&#8230;]</p>
<p>The post <a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/laatste-nieuws/waarom-adviseert-mijn-dierenarts-in-het-najaar-te-ontwormen-met-equest-pramox/">Waarom adviseert mijn dierenarts in het najaar te ontwormen terwijl de uitslag van mestonderzoek geen aanleiding geeft?</a> first appeared on <a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com">Paard en Mestonderzoek</a>.</p>]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Veel dierenartsen adviseren om in december (of na de eerste nachtvorst) paarden te ontwormen, ook als de uitslag van mestonderzoek daar geen aanleiding voor geeft. In veel gevallen wordt dan Equest Pramox voorgeschreven, in de volksmond ook wel de &#8220;winterkuur&#8221; genoemd. De reden dat dit wordt geadviseerd, is omdat Equest Pramox een combinatiepreparaat is (moxidectine met prazyquantel) wat breed werkzaam is en onder andere werkzaam is tegen volwassen bloedworm, ingekapselde bloedworm, horzellarven én lintworm. Over het algemeen kan HippoSupport zich vinden in het advies om 1 keer per jaar met Equest Pramox te ontwormen, met name vanwege de bestrijding van horzellarve en lintworm, maar wij adviseren echter wel altijd om dit nog steeds gecombineerd te doen met mestonderzoek, om te voorkomen dat wormsoorten waartegen Equest/Pramox niet effectief is over het hoofd worden gezien. Daarnaast is het niet altijd nodig om Equest Pramox te geven, maar afhankelijk van de recente ontwormhistorie, aangetoonde worminfecties en het infectierisisco, zouden ook andere wormkuren geschikt kunnen zijn en vanuit het oogpunt van resistentie ontwikkeling kan het zelfs wenselijk zijn om juist géén Equest Pramox te geven. Bespreek dit daarom altijd met je eigen dierenarts.</p>
<p><span class="label-red"><strong>Horzellarven</strong><br />
</span>Horzellarven zijn niet te vinden met mestonderzoek, maar de eitjes van de horzels zijn zeer goed met het blote oog te zien. Horzels leggen van die kleine gele eitjes op benen, flanken en manen, deze eitjes zijn lastig te verwijderen. Zeker als jouw paard (of zijn weidemaatjes) deze gele eitjes hebben gehad, dan is het verstandig om hier wel voor te behandelen. De paarden likken deze gele eitjes namelijk op bij zichzelf, of bij een weidemaatje tijdens het groomen. Deze komen vervolgens via de mond in de maag (op de grens naar het darmstelsel) terecht, waar zij zich ontwikkelen tot larve (1 a 2cm groot). Als de larven volgroeid zijn, dan komen de larven met de mest mee naar buiten. De horzellarve heeft een trage cyclus van ongeveer 1 jaar. Dus als een paard dit jaar horzeleitjes binnen heeft gekregen, komen deze in het voorjaar met de mest mee naar buiten en ontwikkelen zich tot horzel. De volwassen horzels zullen dood gaan bij vorst. Daarom is het handig om na de eerste vorst te ontwormen tegen de horzels zodat de cyclus is onderbroken. Vaak wordt gedacht dat de Equest Pramox noodzakelijk is voor de bestrijding van de horzellarven, maar dat is niet zo. Ook middelen op basis van ivermectine zijn prima werkzaam tegen de horzellarve. <a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/parasieten/welke-wormmiddelen-werken-tegen-welke-wormen/">Lees er hier meer over</a></p>
<p><span class="label-red"><strong>Lintworm</strong><br />
</span>De Lintworm is lastiger te vinden met mestonderzoek, omdat deze onregelmatig eitjes legt. Het kan dus goed zo zijn dat er vandaag niets in de mest zit en over een paar dagen wel. Als er eitjes in de mest zitten, dan zijn ze prima te vinden met regulier mestonderzoek. De eigenaar van het paard kan zelf ook geledingen van de lintworm in de mest aantreffen als er sprake is van een besmetting. De Lintworm heeft, net als de horzellarve, een trage cyclus, ook van 1 jaar. Omdat de lintworm wat lastiger te vinden is met mestonderzoek en zo’n hele trage cyclus kent, is het op zich geen raar advies om daar 1 keer per jaar blind voor te ontwormen, je onderbreekt daarmee namelijk meteen de cyclus van de lintworm. De enige werkzame stof die voldoende effectief is in het bestrijden van lintworminfecties, is prazyquantel. Dit middel is alleen beschikbaar als een &#8220;combinatiepreparaat&#8221;, oftewel, in combinatie met een andere werkzame stof. De meest bekende is Equest Pramox (moxidectine met prazyquantel), maar er zijn ook combinatiepreparaten van ivermectine met prazyquantel, zoals bijvoorbeeld Equimax. Vanuit het oogpunt van resistentie ontwikkeling is het belangrijk om middelen af te wisselen en afhankelijk van de individuele situatie is het misschien niet nodig om ieder jaar te behandelen tegen de lintworm. Bespreek dit daarom goed met je dierenarts.</p>
<p><span class="label-red"><strong>Volwassen bloedworm en ingekapselde bloedworm</strong><br />
</span><img decoding="async" class="img-rounded img-shadow alignright" src="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/images/Imgforarticles/wormeitjes/Bloedworm.jpg" alt="" width="150" />Equest Pramox is een combinatiepreparaat, bestaande uit moxidectine en prazyquantel. Het prazyquantel gedeelte is alleen werkzaam tegen de lintworm, maar het moxidectine gedeelte kent een bredere effectiviteit. Moxidectine is ook beschikbaar als monopreparaat, onder de naam Equest. Het is effectief in de bestrijding van oa de volwassen bloedwormen, maar ook tegen het ingekapselde stadium van de bloedworm. Volwassen bloedwormen leggen eitjes en zijn zeer goed aan te tonen met mestonderzoek. Ingekapselde bloedwormen zijn in een soort &#8220;winterslaap&#8221; en leggen geen wormeitjes en zijn daarmee niet aan te tonen met mestonderzoek. Het inkapselen is een normaal onderdeel van de cyclus van de bloedworm en na het inkapselen komt de larve als volwassen bloedworm weer in de darm terecht en gaat daar eitjes leggen. Normaal gesproken zal die cyclus dus altijd gevolgd worden. In de winter is het risico groter dat er geen eitjes in de mest gevonden worden terwijl er wel een ingekapseld stadium van de bloedworm aanwezig is, Equest Pramox kan hiervoor worden ingezet, maar ook de gewone Equest (alleen moxidectine) is hiervoor geschikt. Afhankelijk van de individuele omstandigheden, is het misschien niet nodig om ieder jaar te behandelen tegen ingekapselde bloedworm. Bespreek dit uitgebreid met je eigen dierenarts.</p><p>The post <a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/laatste-nieuws/waarom-adviseert-mijn-dierenarts-in-het-najaar-te-ontwormen-met-equest-pramox/">Waarom adviseert mijn dierenarts in het najaar te ontwormen terwijl de uitslag van mestonderzoek geen aanleiding geeft?</a> first appeared on <a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com">Paard en Mestonderzoek</a>.</p>]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Wie, wat, waar en waarom van parasieten bij paarden met Joanne Neidhöfer</title>
		<link>https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/parasieten/wie-wat-waar-en-waarom-van-parasieten-bij-paarden-met-joanne-neidhofer/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=wie-wat-waar-en-waarom-van-parasieten-bij-paarden-met-joanne-neidhofer</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Merle Slagers]]></dc:creator>
		<pubDate>Sat, 05 Jun 2021 08:57:55 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Parasieten]]></category>
		<category><![CDATA[aarsworm]]></category>
		<category><![CDATA[bloedworm]]></category>
		<category><![CDATA[horzellarve]]></category>
		<category><![CDATA[leverbot]]></category>
		<category><![CDATA[lintworm]]></category>
		<category><![CDATA[locatie]]></category>
		<category><![CDATA[longworm]]></category>
		<category><![CDATA[paard]]></category>
		<category><![CDATA[parasieten]]></category>
		<category><![CDATA[spoelworm]]></category>
		<category><![CDATA[veulenworm]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/?p=715</guid>

					<description><![CDATA[<p>Hoe zat het ook al weer met parasieten? Welke zijn er, hoe ziet hun levenscyclus er eigenlijk uit? Wat is de meest voorkomende parasiet bij paarden? Joanne Neidhöfer legt het allemaal uit in deze &#8220;Wie, wat, waar en waarom&#8221;. &#160;</p>
<p>The post <a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/parasieten/wie-wat-waar-en-waarom-van-parasieten-bij-paarden-met-joanne-neidhofer/">Wie, wat, waar en waarom van parasieten bij paarden met Joanne Neidhöfer</a> first appeared on <a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com">Paard en Mestonderzoek</a>.</p>]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Hoe zat het ook al weer met parasieten? Welke zijn er, hoe ziet hun levenscyclus er eigenlijk uit? Wat is de meest voorkomende parasiet bij paarden?</p>
<p>Joanne Neidhöfer legt het allemaal uit in deze &#8220;Wie, wat, waar en waarom&#8221;.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><iframe src="https://www.youtube.com/embed/o9yYPbeKuv4" width="560" height="315" frameborder="0" allowfullscreen="allowfullscreen" data-mce-fragment="1"></iframe></p><p>The post <a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/parasieten/wie-wat-waar-en-waarom-van-parasieten-bij-paarden-met-joanne-neidhofer/">Wie, wat, waar en waarom van parasieten bij paarden met Joanne Neidhöfer</a> first appeared on <a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com">Paard en Mestonderzoek</a>.</p>]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Wat is mestonderzoek?</title>
		<link>https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/mestonderzoek/wat-is-mestonderzoek/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=wat-is-mestonderzoek</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Merle Slagers]]></dc:creator>
		<pubDate>Fri, 04 Jun 2021 13:55:04 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Mestonderzoek]]></category>
		<category><![CDATA[aarsworm]]></category>
		<category><![CDATA[bloedworm]]></category>
		<category><![CDATA[horzellarve]]></category>
		<category><![CDATA[kwalitatief]]></category>
		<category><![CDATA[kwantitatief]]></category>
		<category><![CDATA[leverbot]]></category>
		<category><![CDATA[lintworm]]></category>
		<category><![CDATA[longworm]]></category>
		<category><![CDATA[mcmaster]]></category>
		<category><![CDATA[mestonderzoek]]></category>
		<category><![CDATA[parasieten]]></category>
		<category><![CDATA[rode bloedworm]]></category>
		<category><![CDATA[wormeitjes]]></category>
		<category><![CDATA[worminfectie]]></category>
		<category><![CDATA[wormonderzoek]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/?p=670</guid>

					<description><![CDATA[<p>Mestonderzoek wordt ook wel wormonderzoek, wormei-telling of wormtelling genoemd. In dit artikel noemen we het voor het gemak mestonderzoek. Mestonderzoek is een van de belangrijkste hulpmiddelen waarmee je kunt vaststellen of een paard wormen heeft. De mest van het paard wordt onderzocht op de aanwezigheid van wormeitjes. Deze wormeitjes zijn de eitjes van wormen (parasieten) die [&#8230;]</p>
<p>The post <a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/mestonderzoek/wat-is-mestonderzoek/">Wat is mestonderzoek?</a> first appeared on <a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com">Paard en Mestonderzoek</a>.</p>]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p><span class="label-red">Mestonderzoek</span> wordt ook wel wormonderzoek, wormei-telling of wormtelling genoemd. In dit artikel noemen we het voor het gemak mestonderzoek.</p>
<p>Mestonderzoek is een van de belangrijkste hulpmiddelen waarmee je kunt vaststellen of een paard wormen heeft. De mest van het paard wordt onderzocht op de aanwezigheid van wormeitjes. Deze wormeitjes zijn de eitjes van wormen (parasieten) die het paard kan hebben.</p>
<p>Er zijn in principe twee soorten technieken die kunnen worden toegepast bij mestonderzoek;</p>
<ol class="favth-list-circle">
<li>McMaster methode</li>
<li>Overige methoden</li>
</ol>
<p>Hoe deze technieken precies werken leggen we in dit <a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/mestonderzoek/wat-is-mestonderzoek/">artikel</a> verder uit.</p>
<p><span class="favth-label-primary"><strong>McMaster Methode</strong><br />
</span>De McMaster methode is de meest toegepaste techniek. De techniek is gebaseerd op het principe dat de eitjes van parasieten in de mest gaan drijven wanneer je de mest oplost in een zware vloeistof. Met de McMaster methode kun je snel en betrouwbaar een kwantitatieve uitslag krijgen voor de belangrijkste parasieten bij paarden. De volgende wormeitjes kunnen met de McMaster methode worden gevonden;</p>
<ul class="favth-list-circle">
<li><a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/parasieten/bloedworm-groot-en-klein/">Grote bloedworm</a></li>
<li><a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/parasieten/bloedworm-groot-en-klein/">Kleine bloedworm</a></li>
<li><a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/parasieten/spoelworm/">Spoelworm</a></li>
<li><a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/parasieten/621/">Veulenworm</a></li>
<li><a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/parasieten/lintworm/">Lintworm</a></li>
<li><a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/parasieten/aarsworm-aarsmade/">Aarsworm / aarsmade</a></li>
</ul>
<p>In het geval van de lintworm en aarsworm is het wel belangrijk om wat nuancering te geven. Als er eitjes van deze wormsoorten in de mest zitten, dan kun je die dus vinden tijdens het mestonderzoek. Het is echter voor de aarsworm niet gebruikelijk dat deze eitjes in de mest terecht komen, omdat deze hun eitjes niet in de darmen van het paard leggen, maar rondom de anus van het paard. Voor de lintworm is het helemaal een apart verhaal. Deze legt heel onregelmatig eitjes en daardoor is een lintworminfectie met dit type mestonderzoek lastiger aan te tonen. Als er lintwormeitjes in de mest zitten, dan zijn ze met deze methode goed aan te tonen. De lintworm scheidt de eitjes uit in eipakketjes, (geledingen), wat het meeste lijkt op kleine rijstkorreltjes, die met het blote oog waarneembaar zijn. Voor meer informatie over de verschillende wormsoorten kun je terecht op de pagina`s over deze <a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/kennisbank/" target="_blank" rel="noopener noreferrer">wormsoorten</a>.</p>
<p>Naast deze verschillende soorten wormeitjes, kun je nog veel meer aantreffen in de mest. Denk hierbij aan, pollen, plantaardig materiaal, soms ook een mijtje en natuurlijk zand.</p>
<p>Hieronder wat afbeeldingen van wat je zoals kunt aantreffen tijdens mestonderzoek dat is uitgevoerd met behulp van de flotatietechniek.</p>
<table align="center">
<tbody>
<tr>
<td><img decoding="async" class="alignnone wp-image-1776" src="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/06/Veulenwormei.png" alt="" width="122" height="121" srcset="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/06/Veulenwormei.png 121w, https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/06/Veulenwormei-100x100.png 100w" sizes="(max-width: 122px) 100vw, 122px" /></td>
<td><img decoding="async" class="alignnone wp-image-1792" src="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/06/Bloedwormei-larve.png" alt="" width="124" height="121" /></td>
<td><img decoding="async" class="alignnone wp-image-1791" src="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/06/Bloedwormeitjes.png" alt="" width="120" height="121" srcset="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/06/Bloedwormeitjes.png 265w, https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/06/Bloedwormeitjes-150x150.png 150w, https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/06/Bloedwormeitjes-100x100.png 100w" sizes="(max-width: 120px) 100vw, 120px" /></td>
<td><img loading="lazy" decoding="async" class="alignnone wp-image-1789" src="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/06/L3-Bloedworm-1-300x290.jpg" alt="" width="125" height="121" srcset="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/06/L3-Bloedworm-1-300x290.jpg 300w, https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/06/L3-Bloedworm-1-1024x991.jpg 1024w, https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/06/L3-Bloedworm-1-768x743.jpg 768w, https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/06/L3-Bloedworm-1-1536x1487.jpg 1536w, https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/06/L3-Bloedworm-1-600x581.jpg 600w, https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/06/L3-Bloedworm-1.jpg 2000w" sizes="(max-width: 125px) 100vw, 125px" /></td>
</tr>
<tr>
<td> Veulenwormei</td>
<td> Bloedwormei</td>
<td> Bloedwormei</td>
<td> Bloedwormlarve</td>
</tr>
<tr>
<td><img loading="lazy" decoding="async" class="alignnone wp-image-1783" src="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/06/Lintwormei-1.png" alt="" width="119" height="121" /></td>
<td><img loading="lazy" decoding="async" class="alignnone wp-image-1809" src="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/06/Mijt-281x300.png" alt="" width="113" height="121" srcset="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/06/Mijt-281x300.png 281w, https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/06/Mijt-300x321.png 300w, https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/06/Mijt.png 334w" sizes="(max-width: 113px) 100vw, 113px" /></td>
<td><img loading="lazy" decoding="async" class="alignnone wp-image-1779" src="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/06/spoelworm2.png" alt="" width="121" height="121" srcset="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/06/spoelworm2.png 150w, https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/06/spoelworm2-100x100.png 100w" sizes="(max-width: 121px) 100vw, 121px" /></td>
<td><img loading="lazy" decoding="async" class="alignnone wp-image-1808" src="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/06/Halve-proteineschil-1-300x291.jpg" alt="" width="125" height="121" srcset="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/06/Halve-proteineschil-1-300x291.jpg 300w, https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/06/Halve-proteineschil-1-600x583.jpg 600w, https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/06/Halve-proteineschil-1.jpg 661w" sizes="(max-width: 125px) 100vw, 125px" /></td>
</tr>
<tr>
<td> Lintwormei</td>
<td> Mijt</td>
<td> Spoelwormei</td>
<td>Spoelwormei</td>
</tr>
</tbody>
</table>
<p>&nbsp;</p>
<p><span class="favth-label-primary"><strong>Overige methoden</strong><br />
</span>Omdat met de McMaster niet alle soorten parasieten kunnen worden aangetoond, kan het soms nodig zijn een andere methode toe te passen. De meest relevante methoden zijn de Baermann methode, die wordt gebruikt om longwormen te vinden en de (gemodificeerde) Dorsman methode, waarmee gezocht wordt naar leverboteitjes.<br />
Speciaal voor het aantonen van aarswormeitjes, bestaat er nog de zogeheten cellotapetest. Daarmee wordt een afdruk genomen van rond de anus van het paard, op zoek naar de eitjes van de aarsworm. Paard &amp; Mestonderzoek voert al deze aanvullende methoden ook uit in het eigen laboratorium.</p><p>The post <a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/mestonderzoek/wat-is-mestonderzoek/">Wat is mestonderzoek?</a> first appeared on <a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com">Paard en Mestonderzoek</a>.</p>]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Lintworm</title>
		<link>https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/parasieten/lintworm/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=lintworm</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Merle Slagers]]></dc:creator>
		<pubDate>Fri, 04 Jun 2021 13:00:24 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Parasieten]]></category>
		<category><![CDATA[geledingen]]></category>
		<category><![CDATA[lange levenscyclus]]></category>
		<category><![CDATA[lintworm]]></category>
		<category><![CDATA[mijten]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/?p=612</guid>

					<description><![CDATA[<p>&#160; De lintworm (anoplocephala perfoliata) is een regelmatig voorkomende worm bij paarden. Een lintworm besmetting kan voor koliek verschijnselen zorgen. Goed wormmanagement is nodig om een ernstige besmetting te voorkomen. Kenmerkend van de lintworm is dat deze een tussengastheer nodig heeft. Deze tussengastheer is de mosmijt. De mosmijt voelt zich het beste thuis in een [&#8230;]</p>
<p>The post <a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/parasieten/lintworm/">Lintworm</a> first appeared on <a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com">Paard en Mestonderzoek</a>.</p>]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>&nbsp;</p>
<p><img loading="lazy" decoding="async" class="alignnone  wp-image-1783" src="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/06/Lintwormei-1.png" alt="" width="129" height="131" />De lintworm (anoplocephala perfoliata) is een regelmatig voorkomende worm bij paarden. Een lintworm besmetting kan voor koliek verschijnselen zorgen. Goed wormmanagement is nodig om een ernstige besmetting te voorkomen. Kenmerkend van de lintworm is dat deze een tussengastheer nodig heeft. Deze tussengastheer is de mosmijt. De mosmijt voelt zich het beste thuis in een wat oudere vervilte grasmat, waar veel ruimte is voor mosvorming. De mosmijt eet lintwormeitjes uit de mest om vervolgens weer te worden opgenomen door het paard tijdens het grazen. Lintwormen bevinden zich normaal gesproken in de overgang van de dunne darm naar de blinde darm. In dit gebied van de darmen hechten zij zich vast. Dit vasthechten kan lokaal voor ontstekingsreacties zorgen. De vastgehechte lintworm stoot eipakketjes af in de vorm van lintwormsegmenten, welke je terug kunt vinden in de mest.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><span class="favth-label-primary"><strong>Ziektebeeld bij paarden</strong><br />
</span>Een lintworminfectie kan koliekklachten veroorzaken bij het paard. Soms zijn dit sluimerende koliekklachten die regelmatig terug keren, maar ook heftige koliekverschijnselen die geopereerd moeten worden op de kliniek kunnen hun oorzaak vinden in een lintworminfectie.</p>
<p><span class="favth-label-primary"><strong>Lintworm en Mestonderzoek</strong><br />
</span>De lintworm scheidt zijn eitjes uit in eipakketjes, de lintwormsegmenten (geledingen). Deze eipakketjes kun je met het blote oog in de mest zien en ze lijken het meeste op rijstkorreltjes. Middels mestonderzoek kun je lintwormeitjes aantreffen. De lintwormeitjes worden echter zeer onregelmatig afgezet, dus als er geen lintwormeitjes worden gevonden in de mest wil dit niet zeggen dat er geen lintwormbesmetting is. Het belangrijkste bij deze wormsoort is dus zelf met het blote oog de mest goed te controleren. Als er echt een vermoeden bestaat van een lintwormbesmetting, is het mogelijk de Equisal Lintwormtest uit te laten voeren. Dit onderzoek wordt gedaan in Engeland en je kunt hiervoor via de dierenarts bij de Gezondheidsdienst voor Dieren een kit aanvragen. Lees er <a href="http://www.gddiergezondheid.nl/actueel/nieuws/2016/01/lintwormpakket-in-de-webshop" target="_blank" rel="noopener noreferrer">hier </a>meer over.</p>
<p><span class="favth-label-primary"><strong>Preventieve maatregelen</strong><br />
</span>Een lintworminfectie is bij het paard goed te behandelen met een ontwormmiddel. Preventieve maatregelen zijn voor de lintworm lastiger. De mosmijt kan zeer lang overleven in de weide, tot wel twee jaar lang. Al die tijd kan deze mosmijt de lintwormeitjes bij zich dragen en dus een risico vormen voor paarden die de mosmijt via het grazen opnemen. Om de mosmijt te bestreiden op het weiland is het noodzakelijk de weide te vernieuwen door deze diep om te ploegen en opnieuw in te zaaien.</p><p>The post <a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/parasieten/lintworm/">Lintworm</a> first appeared on <a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com">Paard en Mestonderzoek</a>.</p>]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Parasieten bij paarden</title>
		<link>https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/parasieten/parasieten-bij-paarden/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=parasieten-bij-paarden</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Merle Slagers]]></dc:creator>
		<pubDate>Mon, 15 Mar 2021 14:44:39 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Parasieten]]></category>
		<category><![CDATA[aarsworm]]></category>
		<category><![CDATA[bloedworm]]></category>
		<category><![CDATA[horzellarve]]></category>
		<category><![CDATA[leverbot]]></category>
		<category><![CDATA[lintworm]]></category>
		<category><![CDATA[longworm]]></category>
		<category><![CDATA[paard]]></category>
		<category><![CDATA[parasieten]]></category>
		<category><![CDATA[spoelworm]]></category>
		<category><![CDATA[veulenworm]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/?p=1</guid>

					<description><![CDATA[<p>De lente staat voor de deur; een prachtige periode met overal veulens in de weide. Als paardeneigenaar wil je natuurlijk het beste voor je paard en dat betekent de best mogelijke start van het leven als veulen. Daarom is het ook een belangrijk moment om over het wormmanagement na te denken, want vanaf de allereerste [&#8230;]</p>
<p>The post <a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/parasieten/parasieten-bij-paarden/">Parasieten bij paarden</a> first appeared on <a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com">Paard en Mestonderzoek</a>.</p>]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<div data-elementor-type="wp-post" data-elementor-id="1" class="elementor elementor-1">
						<section class="elementor-section elementor-top-section elementor-element elementor-element-197d1c5a elementor-section-boxed elementor-section-height-default elementor-section-height-default" data-id="197d1c5a" data-element_type="section">
						<div class="elementor-container elementor-column-gap-default">
					<div class="elementor-column elementor-col-100 elementor-top-column elementor-element elementor-element-4a32cec4" data-id="4a32cec4" data-element_type="column">
			<div class="elementor-widget-wrap elementor-element-populated">
						<div class="elementor-element elementor-element-589d2a29 elementor-widget elementor-widget-text-editor" data-id="589d2a29" data-element_type="widget" data-widget_type="text-editor.default">
				<div class="elementor-widget-container">
									<p>De lente staat voor de deur; een prachtige periode met overal veulens in de weide. Als paardeneigenaar wil je natuurlijk het beste voor je paard en dat betekent de best mogelijke start van het leven als veulen. Daarom is het ook een belangrijk moment om over het wormmanagement na te denken, want vanaf de allereerste moedermelk loopt een veulen kans op worminfecties. Dat klinkt misschien wat negatief, maar dat hoeft helemaal niet. Als paardeneigenaar kun je je hier prima op voorbereiden zodat je op het juiste moment in kunt grijpen, mocht dat nodig zijn. Dat vraagt het nodige inzicht als het gaat om welke parasieten een paard kan hebben, welke risico’s er zijn en welke preventieve maatregelen je kunt nemen om een worminfectie bij je paard zoveel mogelijk te voorkomen. Daarover kun je alles lezen in dit artikel. Verwacht je dit jaar een veulen? Bespreek dan vóóraf met je dierenarts wat het beste is qua ontworming van merrie en/of veulen.</p><p>Wanneer veulens geboren worden, hebben zij nog maar nauwelijks weerstand tegen de verschillende parasieten en deze zullen zij gedurende hun leven op moeten bouwen. Naarmate paarden ouder worden, neemt de weerstand toe en worden paarden minder gevoelig voor parasieten, vaak totdat er gezondheidsproblemen ontstaan en/of wanneer paarden ouder worden waardoor hun eigen weerstand afneemt. In sommige situaties bouwen paarden die weerstand al in een paar maanden op, maar voor andere situaties  krijgen paarden pas weerstand als ze veel ouder zijn. Hoe snel dit gaat, hangt af van de parasiet en voor een belangrijk deel van het individuele paard en de omstandigheden. Daarnaast kan een ondersteuning van de eigen weerstand door middel van geschikte supplementen een belangrijk verschil maken.</p><p><a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/grafiek-wormsoorten-en-weerstand-inclusief-longworm-en-leverbot/"><img loading="lazy" decoding="async" class="aligncenter wp-image-273 size-large" src="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/03/Grafiek-wormsoorten-en-weerstand-inclusief-longworm-en-leverbot-1024x664.png" alt="" width="1024" height="664" srcset="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/03/Grafiek-wormsoorten-en-weerstand-inclusief-longworm-en-leverbot-1024x664.png 1024w, https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/03/Grafiek-wormsoorten-en-weerstand-inclusief-longworm-en-leverbot-300x195.png 300w, https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/03/Grafiek-wormsoorten-en-weerstand-inclusief-longworm-en-leverbot-600x389.png 600w, https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/03/Grafiek-wormsoorten-en-weerstand-inclusief-longworm-en-leverbot-768x498.png 768w, https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/03/Grafiek-wormsoorten-en-weerstand-inclusief-longworm-en-leverbot-1536x996.png 1536w, https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/03/Grafiek-wormsoorten-en-weerstand-inclusief-longworm-en-leverbot.png 1701w" sizes="(max-width: 1024px) 100vw, 1024px" /></a></p><p>Voor alle parasieten geldt dat hun levenscyclus in principe wel vergelijkbare fasen kent, maar er kunnen uitzonderingen en afwijkingen zijn, zoals bijvoorbeeld het gebruik van een tussengastheer en de ontwikkeling van larven binnen of buiten het paard. In het onderstaande overzicht de basale levenscyclus.</p><p><a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/levenscyclus-parasieten/"><img loading="lazy" decoding="async" class="aligncenter wp-image-274 size-large" src="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/03/Levenscyclus-parasieten-873x1024.png" alt="" width="873" height="1024" srcset="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/03/Levenscyclus-parasieten-873x1024.png 873w, https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/03/Levenscyclus-parasieten-300x352.png 300w, https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/03/Levenscyclus-parasieten-600x704.png 600w, https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/03/Levenscyclus-parasieten-256x300.png 256w, https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/03/Levenscyclus-parasieten-768x901.png 768w, https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/03/Levenscyclus-parasieten-1309x1536.png 1309w, https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/03/Levenscyclus-parasieten-1745x2048.png 1745w, https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/03/Levenscyclus-parasieten.png 1990w" sizes="(max-width: 873px) 100vw, 873px" /></a></p><p>Tijdens hun leven kunnen paarden verschillende parasitaire infecties oplopen. In veel gevallen gaat het niet om hele schadelijke wormsoorten en er zijn wormsoorten die alleen onder bepaalde omstandigheden relevant zijn. Sommige parasieten laten zich maar moeilijk bestrijden en in sommige gevallen kan het lastig zijn om vast te stellen of je paard een dergelijke infectie heeft. Van de meest voorkomende parasieten is een infectie gelukkig goed vast te stellen. In dit artikel worden de relevante wormen besproken, hoe je ze kunt bestrijden en vooral hoe je vast kunt stellen of je paard er last van heeft. Op de website <a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/">paardenmestonderzoek </a>kun je nog veel meer informatie vinden over alle wormsoorten en wormmanagement.</p><p><img loading="lazy" decoding="async" class="alignnone size-medium wp-image-1794" src="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/wp-content/uploads/2021/07/Wormsoorten-en-locaties-in-het-paard-zonder-levenscyclus-300x294.png" alt="" width="300" height="294" /></p><p><strong>Veulenworm<br /></strong>Het risico om een parasitaire infectie op te lopen, is al vanaf de allereerste uren na de geboorte van een veulen aanwezig. Vaak is de moeder drager van volwassen veulenwormen die in ruste in de buikwand zitten. De merrie heeft hier geen last van en deze infectie is ook niet aan te tonen omdat er geen eitjes gelegd worden. Kort voor de geboorte wordt de veulenworm actief en gaan de wormen eitjes leggen. De larven die daaruit komen, trekken naar het uier van de merrie. Zo krijgt het veulen al via de moedermelk de eerste worminfectie binnen. Na ongeveer 10 dagen zijn de larven die het veulen binnen heeft gekregen volwassen en leggen deze eitjes die met de mest mee naar buiten komen. De larven die uit deze eitjes komen, kunnen bij het veulen via de huid weer binnendringen, of worden opgegeten, en het veulen zo opnieuw infecteren.</p><p>Om veulenworm infecties zoveel mogelijk te bestrijden, is het van belang om ruim voor de geboorte van het veulen met je dierenarts het wormmanagement van de merrie en het veulen te bespreken. De dierenarts kan aanraden de merrie 1 á 2 weken voor de bevalling te ontwormen, maar kan ook adviseren het veulen met een dag of 10 te ontwormen. Daarnaast is een goede stalhygiëne natuurlijk essentieel om herinfectie zoveel mogelijk te voorkomen. Schep daarom iedere dag alle mest en natte plekken uit de kraamstal. Over het algemeen bouwen veulens binnen een maand of 6 voldoende weerstand op tegen de veulenworm, zodat ze er daarna geen last meer van hebben.</p><table width="600"><tbody><tr><td width="173"><strong>Parasiet</strong></td><td width="427"><strong>Veulenworm</strong></td></tr><tr><td width="173">Infectierisico</td><td width="427">Direct vanaf de eerste moedermelk, tot het veulen ongeveer 6 maanden is</td></tr><tr><td width="173">Ernst</td><td width="427">Ernstige problemen worden in de praktijk niet vaak gezien</td></tr><tr><td width="173">Ziektebeeld</td><td width="427">Gewichtsverlies, diarree, sufheid en verminderde eetlust, tot minder vaak voorkomende koorts, luchtwegproblemen en huidproblemen (lokale huidontstekingen)</td></tr><tr><td width="173">Bestrijding</td><td width="427">Wormmanagement, Stalhygiëne ter preventie</td></tr><tr><td width="173">Aantoonbaar met mestonderzoek</td><td width="427">Ja, vanaf 10 dagen nadat het veulen is geïnfecteerd kunnen er wormeitjes worden waargenomen in de mest</td></tr></tbody></table><p><strong><br />Bloedworm<br /></strong>In de volksmond wordt vaak gesproken over bloedworm of rode bloedworm. Feitelijk gaat het echter om 2 soorten; de grote bloedworm en de kleine bloedworm, waarbij ook weer sprake is van verschillende subsoorten. De grote bloedworm komt in Nederland (en omringende landen) eigenlijk niet meer voor, dus in de praktijk gaat het eigenlijk altijd om diverse subsoorten van de kleine bloedworm. Bloedworminfecties zijn de meest voorkomende worminfecties bij paarden. Als er een worminfectie wordt gevonden, is het in meer dan 95% van de gevallen een bloedworminfectie. Paarden lopen het grootste risico op een bloedworminfectie tijdens het grazen, maar recent wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat het ook mogelijk is om een bloedworminfectie op te lopen in de stal. In de praktijk duurt het tot paarden een jaar of 7 / 8 oud zijn om voldoende weerstand op te bouwen tegen bloedworminfecties, er zijn echter paarden die hun leven lang gevoelig blijven voor bloedworminfecties. Ook kunnen tijdelijk verlaagde weerstand door stress of ziekte de gevoeligheid om een bloedworminfectie op te lopen het hele leven aanwezig blijven. Het is niet altijd nodig om te ontwormen tegen bloedworm. Hierbij wordt gekeken naar de ernst van een worminfectie, uitgedrukt in Eitjes per Gram (EPG). Met behulp van mestonderzoek kan deze EPG worden bepaald en kan in overleg met de dierenarts worden besloten of het nodig is om te ontwormen en zo ja, waarmee.</p><table width="600"><tbody><tr><td width="173"><strong>Parasiet</strong></td><td width="427"><strong>Kleine bloedworm</strong></td></tr><tr><td width="173">Infectierisico</td><td width="427">Grootste risico op ernstige besmettingen tot +/- 3 jaar. Bij paarden tot +/-8 jaar nog regelmatig gevoeligheid en bij verminderde weerstand bestaat een verhoogd infectierisico</td></tr><tr><td width="173">Ernst</td><td width="427">Bij verwaarloosde infecties groot risico; des te ernstiger de symptomen, hoe slechter de prognose. Tot 50% van de paarden met een ernstige larvale cyathostominose kan hieraan komen te overlijden, ondanks een eventuele behandeling.</td></tr><tr><td width="173">Ziektebeeld</td><td width="427">verminderde eetlust, vermagering, doffe vacht, uitdroging, koorts, waterige diarree, koliekverschijnselen</td></tr><tr><td width="173">Bestrijding</td><td width="427">Preventieve maatregelen, goede eigen weerstand en goed wormmanagement door middel van onder andere regelmatig mestonderzoek</td></tr><tr><td width="173">Aantoonbaar met mestonderzoek</td><td width="427">Ja, vanaf minimaal 6 weken nadat een infectie is opgelopen kunnen er wormeitjes worden waargenomen in de mest</td></tr></tbody></table><p><strong><br />Spoelworm<br /></strong>De spoelworm is een zeer schadelijke parasiet die vooral voor problemen kan zorgen bij jonge dieren tot ongeveer 3 jaar. Nadat het paard een infectieus eitje binnenkrijgt tijdens het grazen (of op stal), komt er een larve uit die een trektocht maakt door het lichaam van het paard en waarbij deze via de lever in de longen terecht komt. Het paard hoest de larve op en slikt deze door, waardoor hij in het spijsverteringskanaal terecht komt waar in de dunne darm de eitjes gelegd worden. De meest gegeven wormkuren zijn niet effectief tegen spoelworm, waardoor een zeer groot risico ontstaat wanneer niet regelmatig mestonderzoek wordt uitgevoerd. Ieder jaar zijn er weer berichten over veulens die overlijden aan koliek als gevolg van een spoelworminfectie. Vaak blijkt dan dat de veulens wel zijn ontwormd, maar met een middel dat niet effectief is tegen spoelworm. Met behulp van mestonderzoek kan bepaald worden of er sprake is van een spoelworminfectie en als dat zo is, kan in overleg met de dierenarts worden bepaald welke wormkuur gegeven dient te worden.</p><table width="600"><tbody><tr><td width="173"><strong>Parasiet</strong></td><td width="427"><strong>Spoelworm</strong></td></tr><tr><td width="173">Infectierisico</td><td width="427">Grootste risico op besmettingen tot +/- 3 jaar en daarna bij verminderde weerstand/ziekte</td></tr><tr><td width="173">Ernst</td><td width="427">Bij niet tijdig onderkennen kunnen ernstige gezondheidsproblemen ontstaan en kunnen paarden overlijden</td></tr><tr><td width="173">Ziektebeeld</td><td width="427">longontsteking, hoesten, uitvloeiing uit de neus, versnelde ademhaling, verminderde eetlust, diarree, lusteloosheid, vermagering en lusteloosheid. In ernstige gevallen ook verstopping / koliek</td></tr><tr><td width="173">Bestrijding</td><td width="427">Preventieve maatregelen, stalhygiëne, goede eigen weerstand en goed wormmanagement en weidemanagement bij jonge dieren</td></tr><tr><td width="173">Aantoonbaar met mestonderzoek</td><td width="427">Ja, vanaf minimaal 10 weken nadat een infectie is opgelopen kunnen er wormeitjes worden waargenomen in de mest</td></tr></tbody></table><p><strong><br />Lintworm<br /></strong>Lintworm infecties komen relatief weinig voor. Dit komt met name doordat veel paardeneigenaren jaarlijks ontwormen met een middel dat ook tegen lintworm werkt. Doordat de lintworm een relatief trage levenscyclus (van ongeveer een jaar heeft), blijkt in de praktijk dat deze jaarlijkse ontworming voldoende is om grote problemen te voorkomen. De lintworm komt hoofdzakelijk voor op oude vervilte weides en maakt gebruik van een zogenaamde tussengastheer, de mosmijt, die op deze weides te vinden is. De lintworm scheidt zijn eitjes uit in eipakketjes; de lintwormsegmenten (geledingen). Deze eipakketjes kun je met het blote oog in de mest zien en ze lijken het meeste op rijstkorreltjes. Lintwormeitjes kunnen met behulp van mestonderzoek gevonden worden. De lintwormeitjes worden echter onregelmatig uitgescheiden, dus als er geen lintwormeitjes worden gevonden in de mest wil dit niet zeggen dat er geen lintwormbesmetting is.</p><table width="600"><tbody><tr><td width="173"><strong>Parasiet</strong></td><td width="427"><strong>Lintworm</strong></td></tr><tr><td width="173">Infectierisico</td><td width="427">altijd aanwezig, vooral op oudere vervilte weides</td></tr><tr><td width="173">Ernst</td><td width="427">Ernstige problemen worden in de praktijk niet vaak gezien</td></tr><tr><td width="173">Ziektebeeld</td><td width="427">Koliekverschijnselen, regelmatig terugkerende koliek</td></tr><tr><td width="173">Bestrijding</td><td width="427">Wormmanagement en bij terugkerende problemen, weide diep omploegen en opnieuw inzaaien</td></tr><tr><td width="173">Aantoonbaar met mestonderzoek</td><td width="427">De lintworm scheidt onregelmatig eitjes uit, waardoor deze niet altijd in de mest zitten. Als er eitjes in de mest zitten, zijn deze te vinden met standaard mestonderzoek</td></tr></tbody></table><p>Naast de hiervoor genoemde parasieten, zijn er ook nog enkele andere parasieten waar paarden mee te maken zouden kunnen krijgen “onder de juiste omstandigheden.”</p><p><strong>Aarsworm<br /></strong>Zoals de naam al zegt; deze parasiet kun je aantreffen bij de anus van het paard. De volwassen wormen bevinden zich in de endeldarm, om precies te zijn. Wanneer het paard in rust is of slaapt, komt de aarsworm naar buiten en legt eitjes rondom de anus. De eitjes komen dus niet met de mest mee naar buiten en kunnen daarom (in principe) niet met standaard mestonderzoek worden gevonden. Aarsworminfecties zijn relatief onschuldig; ze veroorzaken voornamelijk jeuk bij de staart. Paarden kunnen hier van gaan schuren, waardoor wondjes kunnen ontstaan. Er is veel resistentie bekend, wat de bestrijding van een aarsworminfectie lastig maakt. Het helpt om de anus van het paard dagelijks goed schoon te maken, zodat er geen nieuwe aarswormeitjes kunnen verspreiden die voor herinfectie kunnen zorgen.</p><p><strong>Leverbot<br /></strong>Het paard is geen geschikte gastheer voor leverbotten, en in gezonde paarden maken leverbotten eigenlijk geen kans hun levenscyclus te voltooien. Het risico op leverbotinfecties bij paarden ontstaat eigenlijk alleen onder de volgende omstandigheden;</p><ul><li>Er komen andere grazers op de paardenweide die wel natuurlijke gastheren van de leverbot zijn, zoals schapen of runderen;</li><li>De weide heeft blijvend natte plaatsen zoals sloten en greppels, waar de leverbotslak (tussengastheer) kan overleven;</li><li>Het paard heeft een verminderde weerstand</li></ul><p>Een leverbotinfectie kan niet worden aangetoond met behulp van standaard mestonderzoek. Hiervoor moet aanvullend mestonderzoek worden gedaan. Dit onderzoek is voornamelijk aan te raden als er klinische tekenen zijn en wanneer aan de bovengenoemde voorwaarden is voldaan.</p><p><strong>Longworm<br /></strong>Net als bij de leverbot is het paard geen geschikte gastheer voor longwormen. Ezels zijn dit wel en bij paarden ontstaat het risico op een longworminfectie als er contact is met ezels. Van de levenscyclus van de longworm bij paarden is helaas niet zoveel bekend. De larven komen in de longen terecht, waardoor paarden een hardnekkig hoest ontwikkelen. Een longworminfectie kan niet worden aangetoond met standaard mestonderzoek. Hiervoor is aanvullend onderzoek vereist. Wanneer er sprake is geweest van contact met ezels en het paard blijft hoesten, dan kan dit onderzoek zinvol zijn.</p><p><strong>Horzellarve<br /></strong>De horzellarve is een aparte in het rijtje met parasieten, omdat het hierbij gaat om eitjes die in de nazomer en het najaar door de horzel gelegd worden op de benen, flanken en manen van het paard. Paarden likken deze op bij zichzelf, of bij een weidemaatje tijdens het groomen en krijgen zo de larfjes in hun mond. Na enkele weken trekken de larfjes naar het spijsverteringskanaal, waar ze zich in de maag vastzetten. Na 8 tot 11 maanden komen ze met de mest mee naar buiten. De larven zijn gemakkelijk te herkennen in de mest. De larven boren zich in de grond en na enkele keren verpoppen, komen de horzels eruit en is de cyclus weer rond. Een infectie met de horzellarve is met mestonderzoek niet aan te tonen. Dat hoeft natuurlijk ook niet, want de eitjes zijn met het blote oog zichtbaar op benen, flanken en manen. Heeft een paard, of het weidemaatje, deze eitjes gehad in het najaar? Dan is het verstandig dit te bespreken met je dierenarts.</p><p><strong>Preventieve maatregelen<br /></strong>Natuurlijk kan het af en toe nodig zijn om te ontwormen, maar als het even kan, dan voorkomen we graag zoveel mogelijk een worminfectie. Er zijn verschillende preventieve maatregelen die hierbij kunnen helpen, zoals mest ruimen uit de weide, goed weidebeheer of op de juiste momenten de weides slepen en/of bloten. Op de website van Paard en mestonderzoek kun je hier alles over lezen: <a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/preventie">Preventieve maatregelen</a>.</p><p><strong>Eigen weerstand<br /></strong>Een vaak onderschat onderdeel van de preventie tegen worminfecties, is de eigen weerstand van het paard. Paarden bouwen weerstand op tegen parasitaire infecties naarmate ze ouder worden. In de praktijk blijkt dat paarden met een verminderde weerstand gevoeliger zijn voor worminfecties. Ze lopen daardoor makkelijker een worminfectie op en deze krijgt meer kans zich sneller te manifesteren. Je kunt je paard daarom een steuntje in de rug te geven door te zorgen dat de eigen weerstand op peil is en blijft en door de darmen minder aantrekkelijk te maken voor parasieten. Bij situaties waarbij je kunt voorzien dat de weerstand omlaag zou kunnen gaan, zou je preventief wat vitaminen kunnen toedienen. Je kunt denken aan stress van een verhuizing, een medische behandeling, ziekte, maar bijvoorbeeld ook na het toedienen van een wormkuur. Er zijn verschillende supplementen beschikbaar die hier aan bij kunnen dragen. Welk supplement ook de voorkeur heeft; controleer altijd of het voldoende effectief is door regelmatig mestonderzoek te doen. Daarmee voorkom je schijnveiligheid en ben je er op tijd bij om het wormmanagement van je paard eventueel bij te stellen.</p><p><strong>Mestonderzoek<br /></strong>In de afgelopen jaren is mestonderzoek steeds meer de standaard geworden als het gaat om wormmanagement. Wanneer regelmatig mestonderzoek wordt gedaan, neemt de effectiviteit van het wormmanagement toe. Daarnaast levert mestonderzoek een belangrijke bijdrage als het gaat om;</p><p>Bij standaard mestonderzoek wordt de mest onderzocht op de aanwezigheid van wormeitjes. Wanneer er eitjes gevonden worden betekent dit dat er volwassen ei-leggende wormen aanwezig zijn. Wanneer er geen wormeitjes worden gevonden, kan daarom niet gesteld worden dat er geen worminfectie is. Er kunnen parasieten aanwezig zijn in het paardenlichaam die nog niet volwassen zijn en nog geen eitjes leggen. Dat is een van de belangrijkste redenen dat 1 of 2 keer per jaar mestonderzoek doen onvoldoende is. Een andere belangrijke reden is dat paarden natuurlijk opnieuw een infectie op kunnen lopen.</p><p><strong>Aanvullend (mest)onderzoek<br /></strong>De meest relevante parasieten bij paarden kunnen met behulp van standaard mestonderzoek betrouwbaar worden aangetoond. Voor parasieten zoals leverbot, longworm en aarsworm is dat niet mogelijk en zal aanvullend onderzoek moeten worden gedaan. Er zijn gespecialiseerde laboratoria zoals <a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/">HippoSupport</a> die dergelijk onderzoek uitvoeren in opdracht van particulieren, stalhouders en gespecialiseerde paardenartsen.</p><p><strong>Individuele benadering<br /></strong>Ieder paard is uniek, dat zal geen paardeneigenaar ontkennen. Ook op het gebied van gevoeligheid en eigen weerstand van paarden is het belangrijk om het paard individueel te benaderen. Als het ene paard in de kudde een zware infectie heeft kan het heel goed zijn dat andere paarden nergens last van hebben. Mestonderzoek vormt een ideaal hulpmiddel om de gevoeligheid voor worminfecties per paard te bekijken door het jaar/de jaren heen. Door iedere twee maanden mestonderzoek te doen kan je eventuele lichte infecties in de gaten houden en ingrijpen wanneer het paard deze met zijn eigen weerstand niet onder controle kan houden. Slechts 1 a 2 keer per jaar mestonderzoek doen geeft hier helaas geen inzicht in. Heb je beter inzicht in de gevoeligheid van jouw paard voor worminfecties dan kan de frequentie van mestonderzoek omlaag naar de momenten waarop er meer risico is, bijvoorbeeld wanneer het paard op de weide staat, bij stress en of verminderde weerstand.</p><p><a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com">HippoSupport www.paardenmestonderzoek.com</a></p>								</div>
				</div>
					</div>
		</div>
					</div>
		</section>
				</div><p>The post <a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com/parasieten/parasieten-bij-paarden/">Parasieten bij paarden</a> first appeared on <a href="https://subdomein.paardenmestonderzoek.com">Paard en Mestonderzoek</a>.</p>]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
	</channel>
</rss>
